ECLI:NL:RBOBR:2025:3278
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waardering woning met vergelijkingsmethode
Eiser is eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning uit 1920 met diverse bijgebouwen en een perceel van 557 m². De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2022 vast op €432.000, gehandhaafd na bezwaar. In beroep moest de heffingsambtenaar aannemelijk maken dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, wat de rechtbank bevestigde.
De waardering was gebaseerd op een taxatie met de vergelijkingsmethode, waarbij drie vergelijkingsobjecten in dezelfde plaats werden gebruikt. Eiser voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met de schuine kapconstructie, de staat van onderhoud, een verouderde keuken en het duurzaamheidsniveau. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar deze punten voldoende had meegenomen, onder meer omdat oppervlakten onder 1,5 meter niet werden meegerekend en de woning zelfs zonnepanelen heeft.
Eiser stelde dat de heffingsambtenaar zich niet aan de waarderingsinstructie hield, maar de rechtbank bevestigde dat deze instructie niet bindend is bij taxaties in beroep. Ook werd een te late betwisting van een vergelijkingsobject afgewezen. De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast had vervuld en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.