Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2026 in de zaken tussen
[eiser], uit [plaats], eiser,
het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen, het college
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
bij uitstek een kwestie van maatwerk’is. Uit de tekst en uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 35, eerste lid, van de PW volgt dat geen sprake is van een discretionaire, maar van een gebonden bevoegdheid. [8] Deze bepaling is dwingendrechtelijk geformuleerd. Het staat de bijstandverlenende instantie niet vrij om te bepalen in welke gevallen en gelet op welke belangen bijzondere bijstand wordt verleend. Algemeen, generiek inkomensbeleid is voorbehouden aan het Rijk. De gemeenten hebben dan ook in beginsel geen bevoegdheden om op lokaal niveau een categoraal beleid inzake bijzondere inkomensaanvulling te voeren. Het betrokken bestuursorgaan is gehouden de bijzondere bijstand te verlenen als is voldaan aan de wettelijke toepassingsvoorwaarden voor de uitoefening van die gebonden bevoegdheid. Alleen ten aanzien van de beoordeling of aan de toepassingsvoorwaarde van het ontbreken van draagkracht is voldaan, heeft de bijstandverlenende instantie ruimte en kan die in dat kader beoordelingsbeleid hanteren. Dit betekent dat het college bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de PW geen ruimte heeft om een belangenafweging te maken met betrekking tot het wel of niet verlenen van bijzondere bijstand. [9]
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst de overige verzoeken af.
Informatie over hoger beroep
www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.