Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 januari 2026 in de zaak tussen
[naam] , uit [woonplaats] , eiser
Instituut Mijnbouwschade Groningen, het Instituut
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
‘Linkerzijgevel gaat hellen, scheuren worden bij de dag groter. Dit is urgent wij voelen ons niet veilig in onze woning. De schoorsteen is al 2 cm naar buiten gegaan. Boven: dakkapel van de slaapkamer wordt meegetrokken naar de linkergevel. De inbouwkasten die gekoppeld zijn aan de linkerzijgevel willen niet meer dicht.’
Overbelasting door trillingen of veranderingen in de ondergrond veroorzaakt door mijnbouw kan invloed hebben gehad op de gemelde schade.’
Vanzelfsprekend moeten deze verschillende hiervoor genoemde oorzaken wel overeenstemmen met de periode waarin de fysieke schade aan het gebouw of werk zich manifesteert”. De rechtbank wijst er tevens op dat in de “Reactie op commentaar W.A.B. Meiborg over de notitie Zettingen” van 16 december 2020 van Van Staalduinen en Everts, onder 3.3 en 5.1 staat dat bij het onderbouwen van de andere oorzaken van de schade het tijdsaspect altijd van belang zal zijn. Er wordt aldaar op gewezen dat bij het overzicht van te inventariseren relevante omstandigheden voor het ontstaan van schade ook de tijdcontext van belang is. Toegelicht wordt dat de notitie beoogt door middel van onderzoek op een betrouwbare wijze de grootte van de zakkingen en scheefstanden te bepalen en daarmee de oorzaak voor het ontstaan van zettingen te traceren en dat hierin ook het tijdsaspect wordt meegenomen. Opgemerkt wordt daarbij dat historisch opgetreden verschilzettingen meestal te meten zijn aan de hand van het niveau van lintvoegen, waarmee de zettingen - behoudens uitzonderingsgevallen na het opnieuw metselen van muren en het horizontaal leggen van vloeren - traceerbaar zijn. De rechtbank stelt vast, zoals hiervoor ook al is overwogen, dat het Instituut niet zelf opdracht heeft gegeven de lintvoegen en de opgetreden verschilzettingen te meten.
Onder fysieke schade wordt verstaan: een fysieke aantasting, die zich manifesteert in een blijvende verandering van vorm of structuur of stand c.q. verzakking, die naar verkeersopvatting de gaafheid kenmerkt. Verder is daarbij vereist dat de fysieke schade is ontstaan aan een ‘gebouw’ of ‘werk’.” Dit staat ook zo gedefinieerd in voornoemd Paneladvies uit 2019 op p. 9. Eiser heeft er terecht op gewezen dat uit het Paneladvies volgt dat fysieke schades, die bestaan uit verzakkingen, verschilzettingen, scheefstanden en scheuren, schades zijn die naar hun aard redelijkerwijs zouden kunnen zijn veroorzaakt door bodembeweging als gevolg van de gaswinning in het Groningenveld. Deze schades staan ook niet op de lijst van fysieke schades die op basis van alleen hun uiterlijke kenmerken worden uitgesloten van enige relatie met bodembewegingen door mijnbouwexploitatie.
.