ECLI:NL:RVS:2019:1329
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake omgevingsvergunning verhoging dak aanbouw te Oegstgeest
Het college van burgemeester en wethouders van Oegstgeest verleende op 2 mei 2017 een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor het verhogen van het dak van een bestaande aanbouw op een perceel in Oegstgeest. De buurvrouw, appellante, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege mogelijke inbreuk op haar eigendomsrecht door afwatering en verslechtering van het uitzicht. De rechtbank vernietigde het besluit van het college, maar handhaafde de rechtsgevolgen ervan.
Appellante stelde dat de rechtbank ten onrechte de planregels voor een aan- of uitbouw toepaste in plaats van die voor een hoofdgebouw, en dat de in 2007 verleende vrijstelling het kader voor beoordeling vormde. De Afdeling oordeelde dat de planregels voor een aan- of uitbouw terecht werden toegepast en dat de vrijstelling niet het beoordelingskader vormt.
Cruciaal was het betoog van appellante dat een evidente privaatrechtelijke belemmering bestond omdat de nieuwe dakgoot boven haar perceel zou hangen en afwateren, in strijd met artikel 5:52 BW Pro. De Afdeling stelde vast dat dit inderdaad een evidente privaatrechtelijke belemmering is, die de rechtbank niet had onderkend.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen in stand liet, en bepaalde dat het college een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college moet een nieuw besluit op bezwaar nemen vanwege een evidente privaatrechtelijke belemmering.