ECLI:NL:RBNNE:2024:1740
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op terugwerkende bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering
Eiseres, die sinds 2014 een bijstandsuitkering ontvangt en onder bewind staat, vroeg bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering over de periode van 2 juni 2020 tot en met 31 juli 2021. Het college kende bijzondere bijstand toe vanaf 1 augustus 2021, maar wees de aanvraag voor de eerdere periode af op grond van beleidsregels die terugwerkende kracht beperken tot één jaar voor de aanvraagdatum.
De rechtbank oordeelt dat de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 12 april 2022, waarin werd geoordeeld dat het college ten onrechte bijzondere bijstand had beëindigd in andere zaken, geen bijzondere omstandigheden vormen die een langere terugwerkende toekenning rechtvaardigen. De eerdere besluiten van het college waren gebaseerd op beleidskeuzes die destijds niet evident onjuist waren.
Eiseres stelde dat het college haar onjuist, misleidend en discriminerend had behandeld en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat in andere zaken met hoger beroep wel bijzondere bijstand werd toegekend. De rechtbank verwierp deze stellingen wegens gebrek aan feitelijke grondslag en oordeelde dat de keuze van eiseres om geen hoger beroep in te stellen voor haar rekening komt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen bijzondere bijstand krijgt voor de periode van 2 juni 2020 tot 31 juli 2021, en ook geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en bijzondere bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend vanaf 2 juni 2020.