Eiser, eigenaar van een woning in het aardbevingsgebied, verzocht het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) om vergoeding van waardedaling van zijn woning. Het IMG wees de aanvraag af omdat de woning buiten het vastgestelde waardedalingsgebied ligt. Eiser maakte bezwaar en stelde dat het toegepaste waarderingsmodel onredelijk en oncontroleerbaar is, en dat fysieke schade aan zijn woning een afwijking van het beleid rechtvaardigt.
De rechtbank oordeelde dat het IMG het waarderingsmodel van Atlas voor gemeenten op redelijke en aanvaardbare wijze toepast, een methode die eerder door deze rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak is goedgekeurd. Fysieke schade aan de woning is volgens de rechtbank geen reden om af te wijken van de waardedalingsregeling, omdat herstel van fysieke schade geen waardevermindering veroorzaakt.
Ook de NPR 9998 richtlijn, die betrekking heeft op aardbevingsbestendigheid van gebouwen, is volgens de rechtbank niet relevant voor de waardedaling. Eiser bracht onvoldoende concrete feiten aan om aan te tonen dat het beleid in zijn geval onevenredig is. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en liet het bestreden besluit in stand.