ECLI:NL:RVS:2023:2490
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding waardedaling woning door aardbevingsrisico in Groningen
Appellant diende een aanvraag in bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen voor vergoeding van waardedaling van zijn woning, gelegen aan een locatie te Groningen, vanwege het risico op aardbevingen. Het Instituut wees de aanvraag af omdat de woning buiten het waardedalingsgebied ligt, waar kopers het aardbevingsrisico in de prijs laten meewegen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep tegen de eerdere uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, die het besluit van het Instituut bevestigde. Het Instituut baseert zijn waardedalingberekening op de methode van Atlas, die statistisch de waardedaling in het risicogebied vaststelt aan de hand van een vergelijking met woningen buiten het gebied en het aantal bevingen met een bepaalde trillingsnelheid.
Appellant voerde aan dat het model van Atlas niet deugt en dat bijzondere omstandigheden, zoals de bouwconstructie en ligging van zijn woning, een afwijking van de regeling rechtvaardigen. De Raad van State oordeelde dat het model van Atlas een redelijke en aanvaardbare methode is voor de afhandeling van grote aantallen vergelijkbare schadegevallen en dat de regeling voldoende ruimte biedt voor afwijking op grond van bijzondere omstandigheden, maar appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dergelijke omstandigheden zich voordoen.
De Afdeling bevestigt dat fysieke schade aan de woning niet automatisch leidt tot waardedaling door het imago-effect en dat de vergoeding voor fysieke schade de waarde herstelt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergoeding waardedaling bevestigd.