ECLI:NL:RBNNE:2023:5219
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen afwijzing schadevergoeding mijnbouwschade na verkoop woning
Eiser diende een aanvraag in voor vergoeding van fysieke schade aan zijn woning veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten. Na verkoop en levering van de woning aan een koper, wees het Instituut Mijnbouwschade Groningen de aanvraag af omdat eiser geen rechthebbende meer zou zijn van de vordering. Eiser voerde aan dat de vordering niet was overgedragen, verwijzend naar de koopovereenkomst en een schriftelijke verklaring.
De rechtbank beoordeelde de zaak aan de hand van de Haviltex-norm en het toepasselijke civiele recht, waarbij werd gekeken naar de koopovereenkomst en de leveringsakte. Uit deze documenten bleek dat alle aanspraken met betrekking tot de woning, waaronder de vordering tot schadevergoeding, waren overgedragen aan de koper. Er was geen expliciet voorbehoud gemaakt om de vordering uit te zonderen.
De rechtbank nam ook een prejudiciële beslissing van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in aanmerking, die de uitleg van dergelijke bedingen bevestigde. De schriftelijke verklaring van koper na de verkoop werd als onvoldoende relevant beoordeeld. De rechtbank concludeerde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij nog rechthebbende was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van de schadevergoeding is ongegrond verklaard omdat hij niet langer rechthebbende is van de vordering na verkoop en levering van de woning.