ECLI:NL:RBNNE:2020:2626
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen herziening pgb-beschikkingen wegens termijnoverschrijding
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het bezwaar van een zorgverlener tegen herziening van lopende indicaties voor beschermd wonen en begeleiding in de vorm van persoonsgebonden budgetten (pgb) voor elf voormalige cliënten. De herziening bevatte de voorwaarde dat het pgb niet meer bij de zorgverlener mocht worden besteed vanwege onvoldoende kwaliteit en veiligheidsrisico's.
De zorgverlener stelde dat zij belanghebbende was en dat het bezwaar te laat was ingediend vanwege misleidende uitlatingen van de gemeente over het ontbreken van belanghebbenschap. De rechtbank oordeelde dat de zorgverlener wel degelijk een zelfstandig zakelijk belang heeft, maar dat de pgb-beschikkingen rechtsgeldig aan de cliënten zijn bekendgemaakt en niet aan de zorgverlener.
De wettelijke termijn van zes weken voor het indienen van bezwaar was verstreken toen de zorgverlener haar bezwaar ruim anderhalf jaar na de besluiten indiende. De rechtbank vond geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding, mede omdat de zorgverlener al eerder op de hoogte was van de besluiten en de uitlatingen van de gemeente onvoldoende waren om het verzuim te rechtvaardigen.
Daarom werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond verklaard. De inhoudelijke gronden van het bezwaar werden niet behandeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar van de zorgverlener tegen de herziening van pgb-beschikkingen is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.