ECLI:NL:RBNNE:2020:1678
Rechtbank Noord-Nederland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens handel in softdrugs en afwijzing individuele inkomenstoeslag
Eiser ontving bijstand en werd op 27 november 2018 betrapt met 9,2 kilogram softdrugs in zijn woning, wat werd aangemerkt als handelshoeveelheid. Verweerder trok de bijstand over november 2018 in en vorderde deze terug wegens schending van de inlichtingenplicht. Tevens werd de aanvraag voor een individuele inkomenstoeslag afgewezen omdat het inkomen niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs voldoende aannemelijk maakt dat de softdrugs bestemd waren voor handel en dat eiser geen overtuigend tegenbewijs leverde. De aanwezigheid van een weegschaal, contant geld en een doorgeladen vuurwapen versterkten dit oordeel. Eiser had de softdrugs moeten melden, wat hij niet deed, waardoor de inlichtingenplicht werd geschonden.
De rechtbank verwierp de verwijzing naar het strafvonnis omdat het bestuursrechtelijk geschil andere rechtsvragen betreft. Ook het beroep tegen de afwijzing van de individuele inkomenstoeslag werd ongegrond verklaard omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld en eiser geen administratie over zijn inkomsten had overgelegd.
De beroepen tegen de intrekking van bijstand en de afwijzing van de toeslag werden ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland op 9 april 2020.
Uitkomst: De beroepen tegen intrekking en terugvordering van bijstand en afwijzing van de individuele inkomenstoeslag zijn ongegrond verklaard.