ECLI:NL:CRVB:2019:1111
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens hennepkwekerij met onjuiste exploitatieperiode
Appellant ontving bijstand en er werd een hennepkwekerij aangetroffen in de schuur bij zijn woonwagen. Het college trok de bijstand in vanaf 16 november 2015 en vorderde de kosten terug tot 1 oktober 2016. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat er slechts één oogst was geweest en dat hij niet de exploitant was.
De Raad oordeelde dat het niet melden van de hennepkwekerij de inlichtingenverplichting schond, maar dat het college geen voldoende grond had om uit te gaan van drie oogsten. De Raad stelde vast dat slechts één oogst aannemelijk was en dat de intrekking en terugvordering daarom alleen konden gelden vanaf 20 april 2016.
De Raad vernietigde het bestreden besluit voor het deel van de intrekking over de periode van 16 november 2015 tot 19 april 2016 en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen over de terugvordering voor de juiste periode. Dringende redenen voor afzien van terugvordering werden niet aangenomen. Het college werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd voor de periode van 16 november 2015 tot 19 april 2016 en het college moet een nieuw besluit nemen over de terugvordering vanaf 20 april 2016.