Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[veroordeelde] ,
Procesverloop
Bewijsmiddelen
Beginsaldo contant geld€ 0
€ 313.210
€ 3.027.220
€ 2.714.010-
€ 3.028.199
€ 5.742.209-
€ 0.
€ 313.210
€ 3.027.220
€ 3.028.199
€ 75.060
€ 271.850
€ 829.254
€ 778.250
€ 62.020
€ 180.000
€ 678.928
€ 9.998
€ 5.742.209.
€ 9.375.000door [veroordeelde] .
€ 12.403.199.
€ 15.117.209
Beoordeling
voordeel, maar indien bij het vaststellen van de
betalingsverplichtinggeen rekening zou worden gehouden met een onttrekking aan het verkeer zoals in deze zaak aan de orde is, zou dat niet in overeenstemming zijn met het rechtsherstellende karakter van de maatregel van voordeelsontneming zoals de wetgever voor ogen heeft gehad en zou deze ten onrechte een bestraffend karakter krijgen (vgl. W. Zanger, de ontnemingsmaatregel toegepast (diss. Utrecht), Boom juridisch 2018, p. 151 e.v.).
- het bedrag aan voordeel dat aan [medeveroordeelde] kan worden toegerekend en dat bij beslissing van heden aan haar ontnomen zal worden, te weten € 614.582,00;
- de reeds onder veroordeelde inbeslaggenomen en verbeurdverklaarde contante geldbedragen, alsmede de tegenwaarde van de onder veroordeelde inbeslaggenomen en verbeurdverklaarde luxegoederen, te weten in totaal € 3.139.244,00;
- de tegenwaarde van de door veroordeelde gefinancierde, reeds inbeslaggenomen en aan het verkeer (of in ieder geval aan het vermogen van veroordeelde) onttrokken partij cocaïne, te weten € 9.375.000.