Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 mei 2016 in de zaak tussen
[naam] , wonende te Groningen, eiser
het college van burgemeester en wethouders van Groningen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep met kenmerk 15/2892 ongegrond;
- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het bestreden besluit 2, gegrond;
- vernietigt dat besluit, voor zover verweerder eiser daarin geen vergoeding heeft toegekend voor de kosten, gemaakt in bezwaar;
- kent, doende hetgeen verweerder had behoren te doen, aan eiser voor die kosten een vergoeding toe ter hoogte van € 992,-- en stelt haar uitspraak in zoverre in de plaats van het bestreden besluit 2;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 45,-- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.488,--;
- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het bestreden besluit 3, ongegrond.