5.7.[eiser] stelt over de feitelijke gang van zaken het volgende:
“[eiser] werd door [bedrijf] telefonisch benaderd. De medewerker van [bedrijf] stelde voor om een afspraak te maken voor een huisbezoek om de financiële situatie van [eiser] door te nemen met een financieel adviseur van [bedrijf]. [eiser] heeft hiermee ingestemd.
Tijdens het eerste gesprek heeft de adviseur van [bedrijf] geïnformeerd naar de wensen en de financiële situatie van [eiser]. Zo is met de adviseur gesproken over het inkomen, het spaargeld en de gezinssituatie van [eiser]. Daarnaast is met de adviseur gesproken over de wens van [eiser] om te sparen voor haar pensioen, aangezien zij als zelfstandige werkzaam was. De adviseur gaf aan dat het mogelijk was om dit doel te bereiken en dat hij hier geschikte producen voor kon adviseren.
De adviseur adviseerde [eiser] in het eerste gesprek om een twee Capital Effect producten van Bank Labouchere af te sluiten. [eiser] diende hiervoor een gedeelte van haar spaargeld aan te wenden voor de vooruitbetaling van één van deze twee Capital Effect producten. Het andere product zou maandelijks betaald worden, wat [eiser] uit haar maandelijkse inkomen kon betalen. Volgens de adviseur zou [eiser] op deze wijze aanzienlijk vermogen opbouwen, waardoor [eiser] kon sparen voor haar pensioen.
Op een later moment heeft de adviseur nogmaals contact opgenomen met [eiser]. Op basis van de persoonlijke situatie van [eiser], kon hij namelijk nog een product dat geschikt voor haar was adviseren. De adviseur adviseerde [eiser] om nog twee Profit Effect producten af te sluiten, en hier maandelijks voor te betalen. Hiermee zou zij nog meer vermogen opbouwen ter aanvulling van haar pensioen. Daarbij werd [eiser] voorgehouden dat zij slechts een paar jaar de maandbetalingen voor deze twee Profit Effect producten zou moeten voldoen. Daarna zou namelijk de kortingsregeling ingaan Hiermee zou zij nog meer vermogen voor haar pensioen kunnen opbouwen, aldus de adviseur. Ter onderbouwing van zijn advies dat deze Profit Effect producten geschikt waren voor [eiser], heeft de adviseur meerdere Cashflow overzichten laten zien. Deze overzichten overlegd [eiser] alsproductie C.
De adviseur heeft [eiser] in geen van de gesprekken geïnformeerd over de specifieke risico’s. Zo heeft hij er niet op gewezen dat met geleend geld werd belegd en dat bij tegenvallende koersontwikkelingen, de inleg geheel verloren kon gaan en er bovendien een schuld kon ontstaan uit hoofde van de effectenleaseovereenkomsten. Als [eiser] op deze risico’s gewezen was had zij de twee Capital Effect producten en de twee Profit Effect producten nooit afgesloten.
[eiser] had geen ervaring met beleggen of kennis van complexe financiële producten en vertrouwde daarom volledig op de deskundigheid van de adviseur en zijn advies. Om deze reden heeft [eiser] het advies van de adviseur opgevolgd. De aanvraag voor de twee Capital Effect producten is door de adviseur in orde gemaakt en de uiteindelijke overeenkomsten zijn op een later moment ondertekend. Hetzelfde geldt voor de twee Profit Effect producten, na het advies om ook deze overeenkomst aan te gaan.”5.8. [eiser] heeft, ter onderbouwing van haar stellingen, gewezen op de volgende stukken die in het geding zijn gebracht:
- een kopie van de overeenkomst van 27 april 2001 met contractnummer 22402332, voorzien van de tekst:
“Adviseur ATP00827-[bedrijf] B.V.”.,
- een kopie van de overeenkomst van 27 april 2001 met contractnummer 22402323, voorzien van de tekst:
“Adviseur ATP00827-[bedrijf] B.V.”.,
- een kopie van de overeenkomst van 17 augustus 2001 met contractnummer 56200975, voorzien van de tekst:
“Adviseur ATP00827-[bedrijf] B.V.”.,
- een kopie van de overeenkomst van 17 augustus 2001 met contractnummer 56200976, voorzien van de tekst:
“Adviseur ATP00827-[bedrijf] B.V.”.,
- kopieën Cashflow overzichten voor de Profit Effect producten waarop de naam en contactgegevens van de tussenpersoon zijn vermeld,
- een kopie van een uittreksel van de KvK van 1 november 2016 met als beschrijving van de werkzaamheden per 3 augustus 1999 ‘
Het bemiddelen in assurantiën, hypothecaire- en andere financieringen, alsmede spaarcontracten, het optreden als bemiddelaar op het gebied van financiële dienstverlening en het verrichten van werkzaamheden op het gebied van telemarketing’.