Uitspraak
1.Kern van de zaak
2.De procedure
- de dagvaarding van 18 juni 2025;
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met een (voorwaardelijk) incidenteel verzoek;
- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie;
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;
- de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating producties.
3.3. De feiten
4.De vordering en het verweer n de hoofdzaak en het verzoek in het incident
Bij de beoordeling of de stellingen voldoende concreet en onderbouwd zijn en of het verweer voldoende gemotiveerd is weegt mee dat beide partijen al zeer lange tijd – in elk geval sinds de opt-out door [eisers] in 2007 – weten dat over de totstandkoming van de overeenkomst en de afwikkeling daarvan een gerechtelijke procedure gevoerd zal (kunnen) worden, zodat van hen verlangd mag worden de voor hun procespositie relevante informatie en stukken te hebben verzameld en bewaard.
- een kopie van het aanvraagformulier van 17 juli 2000 op naam van [eisers] , waarop ATP-nummer 925 is ingevuld,
“Adviseur ATP00925- [bedrijf] B.V.”,
‘(…).Om u van dienst te zijn bij het optimaal regelen van uwoudedagsvoorziening hanteren we de volgende methode:Eén van onze adviseurs maakt op basis van uw persoonlijke gegevens
“[betrokkene 2], Financieel Planner (…)”,-een brief van 3 november 1999 gericht aan een onbekende persoon in [plaats 2], voorzien van het logo van [bedrijf] , betreffende een afspraakbevestiging, waarin te lezen is:
‘(…)Naar aanleiding van het prettige telefoongesprek dat u onlangs (…) heeft gevoerd, bevestigen wij hierbij de gemaakte afspraak. U zult op maandag 8 november om 19.00 uur worden bezocht door Dhr. [betrokkene 3] van [bedrijf] . (…) Om een gedegen advies aan u te kunnen verstrekken verzoeken wij u de navolgende bescheiden bij de hand te hebben:- Uw reeds lopende levensverzekeringen- Uw huidige regelingen op pensioengebied;- Uw meest recente loonstrook. (…)’.
- dat ten onrechte de gemachtigde van de afnemer op zijn woord wordt geloofd;
- dat zonder verder bewijs wordt aangenomen dat sprake is geweest van advisering door de tussenpersoon;
- dat ten onrechte wordt aangenomen dat op Dexia een onderzoeks- en vastleggingsplicht rust, en
- dat Dexia ten onrechte niet wordt toegelaten tot (tegen)bewijs.
€ 144,00