Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 juni 2024 in de zaken tussen
[eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente [plaats] , verweerder.
Procesverloop
4 april 2023 heeft verweerder de rechtbank een waardeadvies met bijlagen toegezonden. Bij brief van 5 mei 2023 heeft eiseres hierop gereageerd. Naar aanleiding hiervan heeft de rechtbank verweerder om een reactie verzocht en aangekondigd voornemens te zijn partijen na ontvangst van eventueel te nemen waardebeschikkingen te verzoeken of zij in kunnen stemmen met rechtstreeks beroep. Bij brieven van 11 juli 2023 en 1 augustus 2023 heeft verweerder gereageerd en daarbij nieuwe WOZ-beschikkingen overgelegd. Bij brief van 21 september 2023 heeft verweerder de tegen de nieuwe WOZ-beschikkingen gerichte bezwaarschriften van eiseres aan de rechtbank doorgezonden en te kennen gegeven dat hij kan instemmen met rechtstreeks beroep.
Overwegingen
Bij schriftelijke overeenkomst van 17 maart 2017 heeft [stichting 2] met ingang van
1 juli 2016 voor een periode van 25 jaar een in deze overeenkomst nader aangeduide sportaccommodatie in gebruik gegeven aan eiseres (de gebruiksovereenkomst). In artikel 7 van Pro de gebruiksovereenkomst is vastgelegd dat de overeenkomst door beide partijen met inachtneming van een termijn van een jaar per 1 juni van enig jaar tussentijds opzegbaar is, en dat partijen binnen drie maanden nadat opzegging heeft plaatsgevonden in overleg treden om de gevolgen daarvan te regelen.
Bij schriftelijke overeenkomst van 29 september 2016 (de opstalovereenkomst) heeft de gemeente [plaats] zich jegens [stichting 2] verbonden ten behoeve van haar een recht van opstal te vestigen op de ondergrond van de sporthal voor een periode van 25 jaar, eindigend op 29 september 2041 dan wel - onder meer - op het moment dat de huurovereenkomst tussen de gemeente [plaats] en [stichting 2] eindigt. Daarbij is tevens overeengekomen dat de opstalhouder bij beëindiging van het opstalrecht gerechtigd is de door hem aangebrachte opstal weg te nemen en dat de gemeente anders van rechtswege treedt in de eigendom van de opstal zonder dat de opstalhouder recht heeft op vergoeding van de waarde van de opstal. Bij akte van 29 september 2016, op 30 september 2016 ingeschreven in het kadaster, is vorenbedoeld recht van opstal onder verwijzing naar de opstalovereenkomst gevestigd.
Bij de waardering(…)
Is de Taxatiewijzer ‘Sport’ gebruikt.(…)
De taxatiewijzer Sport is publiekelijk toegankelijk en raadpleegbaar op www.wozdatacenter.nl. Op de toegezonden taxatieverslagen zijn de nummers van de zogenaamde archetypes opgenomen (Arch). Deze archetypes zijn terug te vinden in de Taxatiewijzer Sport. De verschillende onderdelen van een sportcomplex worden in archetypes onderverdeeld. Op basis van deze archetypes worden de verschillende onderdelen gewaardeerd.De waarde betreft de vervangingswaarde (gecorrigeerd op basis van functionele en technische afschrijving). Van de vastgestelde waarde maakt naast de waarde van de opstallen, ook de waarde van de ‘grond’ deel uit.
In het rapport dat ziet op het kalenderjaar 2019 wordt onder verwijzing naar de ‘Taxatiewijzer Sport naar waardepeildatum 1 januari 2018’, de bouwkosten, de in de uitspraak op bezwaar vermelde gronduitgifteprijzen en vergelijkingsobjecten geconcludeerd tot een waarde van € 1.232.000 exclusief BTW, waarbij aan de grond een waarde is toegekend van € 125.470.
In het rapport dat ziet op het kalenderjaar 2020 wordt onder verwijzing naar de ‘Taxatiewijzer Sport naar waardepeildatum 1 januari 2019’, de bouwkosten, de in de uitspraak op bezwaar vermelde gronduitgifteprijzen en vergelijkingsobjecten geconcludeerd tot een waarde van € 1.184.000 exclusief BTW, waarbij aan de grond een waarde is toegekend van € 127.310.
Bouwkosten belastingjaar 2019 rekening houdend met bouwkostenstijging en technische afschrijving (1.106.530,-.) en minus de kostenpost van de vervuilde grond (15.600,-.) maakt: 1.090.930,-. Afgerond op 1.090.000,-.
13 november 2018 en gepubliceerd op 13 december 2018 in het Gemeenteblad 2018
nr. 267501, van de gemeente [plaats] .
12 november 2019 en gepubliceerd op 27 november 2019 in het Gemeenteblad 2019
nr. 288004, van de gemeente [plaats] .
Geschil13. In geschil is:
- de verbindendheid van de Verordening Onroerende-zaakbelastingen 2019 en de Verordening Onroerende-zaakbelastingen 2020;
- de vraag of verweerder artikel 40 van Pro de Wet WOZ en/of artikel 7:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). heeft geschonden; en
- de waarden van de sporthal voor de kalenderjaren 2019 en 2020.
De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 15 maart 2024, nr. 22/04807 (ECLI:NL:HR:2024:289) als volgt geoordeeld:
Dit betoog faalt. Verweerder is bij de waardebepaling uitgegaan van de werkelijke bouwkosten van € 1.100.000, wat een goede basis is voor het bepalen van de vervangingswaarde 2019 en 2020. Het betoog van eiseres dat deze bouwkosten te hoog zijn faalt eveneens. Hetgeen eiseres in dit verband aanvoert (relatief hoge leges, meerkosten als gevolg van procedurele eisen, langere heipalen, afvoer van vervuilde grond, diversie overbodige en niet functionele eisen), ziet er immers telkens aan voorbij dat de werkelijke bouwkosten per definitie overeenkomen met het economisch offer dat de eigenaar dient te brengen om een object in dezelfde staat aan te schaffen of te vervaardigen. De enige correcties die bij een waardebepaling volgens de gecorrigeerde vervangingswaarde dan eventueel aan de orde kunnen zijn, zijn correcties in verband met het prijspeil en technische en functionele veroudering. Eiseres heeft haar betoog dat verweerder voorbijgaat aan de specifieke inrichting van een atletiekhal en het beperkend gebruik door de aanwezigheid van een mondovloer echter niet nader onderbouwd, en eiseres heeft geen specifieke grieven gericht tegen de door verweerder voor het jaar 2020 toegepaste correctie voor technische veroudering. Voor zover eiseres bedoelt te betogen dat enige objectivering van de waarde dient plaats te vinden, wijst de rechtbank erop dat dit betoog niet te verenigen is met het subjectieve element in de gecorrigeerde vervangingswaarde (zie nr. 26).
Beslissing
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde gedeelten van de
mr. D.C. van Beelen, leden, in aanwezigheid van R. van der Vecht, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2024.