Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 april 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres,
de Dienst Toeslagen, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil5.In geschil is of verweerder de huurtoeslag en zorgtoeslag 2021 terecht definitief heeft vastgesteld op respectievelijk € 208 en € 600. Meer specifiek is in geschil of de uitbetaling van het levenslooptegoed voor het bepalen van de draagkracht buiten beschouwing moet worden gelaten. Verder is in geschil of er aanleiding is de terugvordering te matigen.
In de memorie van toelichting op de Awir (Kamerstukken II, 2004/05 29 764 nr. 3) staat onder meer het volgende:
De uitkering van uw levenslooptegoed kan gevolgen hebben voor uw toeslagen en heffingskortingen in 2021.”. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat verweerder voldoende informatie beschikbaar heeft gesteld over de gevolgen die het beëindigen van de levensloopregeling en kan hebben voor het recht op toeslagen. Verweerder is dan ook niet tekortgeschoten in zijn informatieplicht.
Beslissing
mr. M.L. Berkhof, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 april 2024.