ECLI:NL:RBNHO:2022:65
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen afwijzing aftrek specifieke zorgkosten en weigering proceskostenvergoeding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting 2015 waarbij de aftrek van specifieke zorgkosten werd geweigerd. De zorgkosten betroffen fysiofitness, arbeidstherapie, extra kleding en beddengoed, en mantelzorg. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt of aftrekbaar zijn volgens de wet. Daarnaast is het beroep op het vertrouwensbeginsel niet geslaagd omdat geen sprake was van een onveranderde situatie of bewuste standpuntbepaling van de Belastingdienst.
De rechtbank overweegt dat de kosten van fysiofitness niet medisch zijn onderbouwd, arbeidstherapie niet als medische behandeling geldt, extra kleding en beddengoed niet boven het normale uitgavenpatroon uitkomen, en mantelzorgkosten reeds door de zorgverzekeraar zijn vergoed. Het beroep op proceskostenvergoeding in de bezwaarfase wordt afgewezen omdat geen verwijtbare fout van de Belastingdienst is vastgesteld.
Ten aanzien van het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn stelt de rechtbank vast dat de procedure langer dan 27 maanden duurde, maar wijst het verzoek af vanwege bijzondere omstandigheden. Eiser en zijn gemachtigde hebben standpunten tegen beter weten in ingenomen, zonder de benodigde facturen en medische onderbouwing. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie dat dergelijke tegen beter weten in ingenomen standpunten geen aanleiding geven tot vergoeding van immateriële schade.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het schadevergoedingsverzoek af. De uitspraak is gedaan door rechter B. van Walderveen op 7 januari 2022 te Haarlem.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van aftrek specifieke zorgkosten wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen.