Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 oktober 2022 in de zaken tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/Midden- en kleinbedrijf, verweerder.
Procesverloop
Feiten
Ontnemingsperiode
Aantal kweekruimtes: 2
Vaststelling opbrengst per oogt in de 1e kweekruimte
Opbrengst hennep per plant
Opbrengst hennep per oogst
Vaststelling eerdere oogsten in de 1e kweekruimte
Kostenberekening in de 1e kweekruimte
Vaststelling opbrengst per oogt in de 2e kweekruimte
Opbrengst hennep per plant
Opbrengst hennep per oogst
Financiële opbrengst per oogst
Vaststelling eerdere oogsten in de 2e kweekruimte
Kostenberekening in de 2e kweekruimte
Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel
De 1e kweekruimte
2016€ 490.495 bedraagt, zijnde de bruto opbrengsten van € 532.570, verminderd met € 42.075 kosten en in
2017€ 392.396 bedraagt, zijnde de bruto opbrengsten van € 426.056, verminderd met € 33.660 kosten.
2016heeft genoten en dat hij € 392.396 aan netto-opbrengsten in het jaar
2017heeft genoten. Deze bedragen zijn later in de definitieve aanslagen van 2016 en 2017 als resultaat uit overige werkzaamheden (ROW) opgenomen.
2016. De uitnodiging is verstuurd naar het adres [adres 1] te [plaats 1] .
2016. Door verweerder is daarop uitstel verleend tot 1 september 2017.
2017. De uitnodiging is verstuurd naar het adres [adres 1] te [plaats 1] .
2017. Door verweerder is daarop uitstel verleend tot 1 september 2018.
2016aan eiser opgelegd. De aanslagen zijn verstuurd naar het adres [adres 2]
€ 9.436 -/-
€ 18.438 -/-
€ 490.495 +
2017aan eiser opgelegd. De aanslagen zijn verstuurd naar het adres [adres 2]
€ 7.280 -/-
€ 18.741 -/-
€ 392.396 +
2017. Op 27 december 2019 heeft verweerder nadere gronden ontvangen inzake de bezwaren tegen de aanslagen IB/PVV en ZWV voor het jaar
2017. De brief van 9 juli 2019 is daarbij gevoegd.
2016ingezonden, naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 598, een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 486 en een verzamelinkomen van € 1.084. Op dezelfde datum is eveneens voor het jaar
2017alsnog een inkomensopstelling IB/PVV ingezonden naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 958, een inkomen uit sparen en beleggen van € 981 en een verzamelinkomen van € 23.
2016uitspraak op bezwaar gedaan. Het bezwaar is wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder heeft het bezwaar tevens aangemerkt als een verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag. Aan dit verzoek is hij gedeeltelijk tegemoet gekomen ten aanzien van de aanslag IB/PVV en de berekende belastingrente. De verzuimboete en de aanslag ZVW heeft verweerder in stand gelaten.
2017uitspraak op bezwaar gedaan. Het bezwaar is wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder heeft het bezwaar tevens aangemerkt als een verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag. Aan dit verzoek is hij gedeeltelijk tegemoet gekomen ten aanzien van de aanslag IB/PVV en de berekende belastingrente. De verzuimboete en de aanslag ZVW heeft verweerder in stand gelaten.
2016bevat een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 525.934 en dat is als volgt opgebouwd: belastbare winst van € 64.774, plus netto resultaat uit werkzaamheden van € 452.114, plus ontvangen alimentatie van € 25.285, minus aandeel eigen woning van € 16.239. De belastingrentebeschikking is verminderd tot € 20.309. De verminderingsbeschikking voor het jaar
2017bevat een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 455.434 en dat is als volgt opgebouwd: belastbare winst van € 59.508, plus netto resultaat uit werkzaamheden van € 392.396, plus ontvangen alimentatie van € 11.223, minus aandeel eigen woning van € 8.674. Daarnaast is een voordeel uit sparen en beleggen in aanmerking gekomen van € 981. De belastingrentebeschikking is verminderd tot € 11.651.
Beoordeling door de rechtbank
- op 28 september 2017 een herinnering voor het doen van aangifte voor het jaar
- op 3 november 2017 een aanmaning voor het doen van aangifte voor het jaar
2017is verstuurd naar eiser. De brief is verstuurd naar het adres [adres 2]
2017is verstuurd naar eiser. Ook deze brief is verstuurd naar het adres [adres 2] te [plaats 2] . De brief vermeldt dat de aangifte uiterlijk op 13 november 2018 moet zijn gedaan.
- De verzending van de aanmaning voor het doen van aangifte IB/PVV 2016 heeft verweerder aannemelijk gemaakt met het rapport van de Centrale administratieve processen van de Unit Centrale Functies in Apeldoorn met dagtekening 3 december 2020. Uit dat rapport volgt dat de aanmaning voor het doen van aangifte IB/PVV 2016 is opgenomen in een samengestelde partij van 67.303 stuks met batchnummers G1370/1 (generatienummer) en S0039540 (RUNID) en dat deze partij op 31 oktober 2017 tijdig en zonder problemen is aangeboden aan POSTNL ter postbezorging.
- De verzending van de herinnering voor het doen van aangifte IB/PVV 2017 heeft verweerder aannemelijk gemaakt met het rapport van de Centrale administratieve processen van de Unit Centrale Functies in Apeldoorn met dagtekening 4 december 2020. Uit dat rapport volgt dat de herinnering voor het doen van aangifte IB/PVV 2017 is opgenomen in een samengestelde partij van 77.683 stuks met batchnummers 901465 (eindproductnummer) en S0045461 (RUNID) en dat deze partij op 14 september 2018 tijdig en zonder problemen is aangeboden aan POSTNL ter postbezorging.
- De verzending van de aanmaning voor het doen van aangifte IB/PVV 2017 heeft verweerder aannemelijk gemaakt met het rapport van de Centrale administratieve processen van de Unit Centrale Functies in Apeldoorn met dagtekening 4 december 2020. Uit dat rapport volgt dat de aanmaning voor het doen van aangifte IB/PVV 2017 is opgenomen in een samengestelde partij van 88.440 stuks met batchnummers 901465 (eindproductnummer) en S0046163 (RUNID) en dat deze partij op 23 oktober 2018 tijdig en zonder problemen is aangeboden aan POSTNL ter postbezorging.
2016€ 532.570 en is daarvoor in dat jaar € 42.075 aan kosten gemaakt, zodat een netto-opbrengst resteert van € 490.495. In het jaar
2017bedroeg de bruto-opbrengst van hennep € 426.056 en is er € 33.660 aan kosten gemaakt, zodat een netto-opbrengst resteert van € 392.396. Verweerder heeft voor de jaren 2016 en 2017 geen privévermogensvergelijking gemaakt, maar heeft een schatting gemaakt op basis van inkomsten uit het verleden. Dit komt de rechtbank niet onredelijk of willekeurig voor. De in het controlerapport genoemde bedragen zijn in eerste instantie door verweerder in de aanslagen 2016 en 2017 overgenomen en bij verminderingsbeschikkingen van 21 augustus 2020 is het verzamelinkomen over beide belastingjaren verminderd. Verder heeft verweerder gewezen op het vonnis van de meervoudige strafkamer van 8 september 2020 waarbij eiser is veroordeeld tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van € 1.211.518,20. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid van deze gegevens te twijfelen en eiser heeft met hetgeen hij daartoe heeft aangevoerd het tegendeel niet doen blijken. Zo acht de rechtbank niet overtuigend aangetoond dat eiser in 2016 en 2017 leefde van het, volgens eiser, riante salaris van zijn voormalige echtgenote, de door eiser opgenomen leningen en de gestelde winst behaald met verkoop van een auto. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat eiser reeds in 2012 van zijn echtgenote was gescheiden, en dat eiser op geen enkele wijze heeft aangetoond dat hij op de hiervoor beschreven wijzen in zijn levensbehoeften voorzag. Subsidiair heeft eiser verwezen naar een berekening van financieel expert [naam 1] waaruit volgens eiser zou blijken dat de bruto-inkomsten uit hennepteelt in 2016 en 2017 in totaal niet hoger geweest kunnen zijn dan € 86.000, omdat er hooguit sprake geweest kan zijn van één hennepoogst in de onderhavige jaren. Eiser heeft de berekening echter niet overgelegd, waardoor de berekening geen onderdeel uitmaakt van de gedingstukken en de rechtbank deze berekening reeds daarom niet bij de beoordeling heeft kunnen betrekken. Ook met de door de gemachtigde en de financieel expert ter zitting gegeven toelichting heeft eiser zijn subsidiaire standpunt niet inzichtelijk gemaakt.
2016verminderen met € 55,35 tot € 313,65 en de boete voor het jaar
2017eveneens met € 55,35 tot € 313,65.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- vermindert de boete 2016 tot een bedrag van € 313,65;
- vermindert de boete 2017 tot een bedrag van € 313,65.