Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 maart 2021 in de zaak tussen
[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
mr. [C] , mr. [D] en [E] .
Overwegingen
3.1 Principal [ [I] ] hereby appoints [J] and [J] hereby accepts the appointment as Principal’s agent for the operational management of the Hotel, as defined in Article 5 […]
Article 5 tasks and powers of [J] as operational manager
5.1 [J] will provide such services as are customarily provided by operators of hotels of comparable class and standing, consistent with the Hotel’s facilities and [J] ’s Standard.”
2. Voorgenomen transactieOp basis van commerciële redenen heeft het concern enkele afwegingen gemaakt, waaronder het verkopen van het [G] , dat zowel de verkoop van het pand als de exploitatie betreft. […] Omdat [P] BV en [I] voorafgaande aan de reorganisatie op verschillende plaatsen in de structuur hangen is het voor een eventuele verkoop nodig dat vooraf een reorganisatie van de juridische structuur plaatsvindt.
4.2 Overdrachtsbelasting[…] De voorgenomen juridische splitsing van [Q] NV leidt in beginsel ook tot een heffing in de overdrachtsbelasting ten aanzien van het aandelenbelang in [P] BV. Onder voorwaarden kan evenwel gebruik worden gemaakt van een vrijstelling wegens splitsing […] indien de splitsing niet in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. […]
Gelet op het voorgaande concluderen wij dat zowel aan de voorgenomen transactie als aan de wijze waarop deze transactie is vormgegeven juridische en zakelijke redenen ten grondslag liggen. De voorgenomen juridische splitsing is niet gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing, doch is enkel gericht op de zakelijke belangen van [F] . […] Een eventuele verkoop daarna van [O] BV binnen 3 jaar neemt de verleende faciliteit niet terug.
[O] BV is op geen moment in deze reorganisatie een lichaam als bedoeld in artikel 4 Wet Pro op belastingen van rechtsverkeer, omdat de bezittingen vanaf het ontstaan van de vennootschap geconsolideerd bezien bestaan uit zowel de exploitatie als de onroerende zaken van het [G] . De aankoop van aandelen [O] BV zoals ontstaan in de splitsing door een eventuele koper is daarmee geen belaste verkrijging in de zin van de Wet op de belastingen van rechtsverkeer.
De mogelijkheid bestaat dat bij een eventuele verkoop van [O] BV het personeel om praktische en juridische redenen formeel achterblijft bij [J] waarbij de kosten worden doorbelast aan [I] . Zolang de exploitatie van het hotel voor rekening en risico van [I] komt, doet de omstandigheid dat het personeel formeel achterblijft bij [J] niets af aan het feit dat [O] BV geconsolideerd geen lichaam is als bedoeld in artikel 4 Wet Pro belastingen van rechtsverkeer. […]
5 Verzoek[…] [O] BV is op geen moment in deze reorganisatie een lichaam als bedoeld in artikel 4 Wet Pro op belastingen van rechtsverkeer, omdat de bezittingen vanaf het ontstaan van de vennootschap geconsolideerd bezien bestaan uit zowel de exploitatie als de onroerende zaken van het hotel.”
De heer [N] wil wel graag zien dat de exploitatie ook extra aandacht krijgt bij de koper. Het economische risico van de exploitatie moet ook volstrekt daar liggen.
mr. [L] ”
De over te nemen BV, hierna Target, drijft een onderneming en is eigenaar van het hotelvastgoed (in casu [G] ). Eén van uw collega’s heeft bevestigd dat thans geen sprake is van een OZL. […]
De te zetten stappen zijn als volgt.
1. Een vennootschap van [I] (met rechtspersoonlijkheid) neemt samen met een joint venture partner Target over. De [I] -vennootschap verkrijgt een 50%-belang. Target heeft bij overname uitsluitend gewone aandelen.
2. Na de overname worden twee nieuwe klassen aandelen gecreëerd. […]
Wij zijn voornemens een rulingverzoek in te dienen namens [I] waarin bevestiging wordt gevraagd dat de voorgenomen stappen niet leiden tot heffing van overdrachtsbelasting.”
“Voorgenomen transacties en achtergrond
De Belastingdienst Utrecht-Gooi heeft bevestigd dat [O] geen lichaam is in de zin van artikel 4 Wet Pro op belastingen van rechtsverkeer. Verwezen wordt naar de bijgevoegde brief van [K] d.d. 6 mei 2013 die voor akkoord is getekend door uw collega [L] (annex 1).
[…]
StappenplanDe te zetten stappen zijn als volgt.
1. Een 100% Nederlandse dochtervennootschap van [T] , een Franse [I] entiteit uit de hospitality tak neemt samen met de joint venture partner de aandelen in [O] (elk 50%). [O] heeft bij de overname uitsluitend gewone aandelen.
2. Na de overname worden drie nieuwe klassen aandelen gecreëerd. […]
Gevraagde zekerheidNaar onze mening leiden de hierboven beschreven stappen onder 1-3 niet tot een belastbaar feit voor de heffing van overdrachtsbelasting, omdat de aandelen in [O] op geen enkel moment fictieve onroerende zaken zijn.”
2. With regard to the interpretation of role of Parties in relation to each other and their obligations under this Contract, Parties will act in accordance with the following principle. The Owner is an investor in real estate, but is not experienced in – and lacks the required personnel for – operating a hotel business. The Management Company [ [J] ] is engaged to run this hotel business, with his own personnel and using its knowledge and expertise of the hotel business in general and of the Hotel in particular. This means that the management Company will, at its own initiative, take all actions its deems to be required for, or otherwise beneficial to, the operation of the Hotel as if it were (as in fact was prior to the Transaction) itself owner of the Hotel, such within the confines of this Contract “
- Dat de renovatie van het hotel (het [cc] ) door [J] zal worden uitgevoerd. [I] vergoedt hiervoor een bedrag van € 38 miljoen aan [J] . Het risico van meer of minder kosten is voor [J] .
- Dat [J] alle personeelsaangelegenheden, waaronder het leiding geven aan, aannemen en ontslaan van personeel in [U] voor haar rekening neemt. De kosten worden gebudgetteerd en door [J] maandelijks doorbelast aan [I] . Een overschrijding van 5% van het budget door [J] is toegestaan.
- Dat de beloning voor [J] uit een basisvergoeding van 3% van de bruto inkomsten bestaat en een prestatievergoeding van 28-30% van het bedrag waarmee het overeengekomen minimale netto bedrijfsresultaat overschreden wordt.
- Dat [J] tot een maximaal bedrag van € 15 miljoen aan [I] zal vergoeden als het overeengekomen minimale netto bedrijfsresultaat niet behaald wordt.
- Dat [J] verantwoordelijk is voor het namens [I] regelen van vergunningen voor de bedrijfsvoering van het hotel en dat [I] verantwoordelijk is voor de vergunningen voor de eigendom van het vastgoed.
- Dat [J] zorgt voor het voldoen aan de voorwaarden voor de [J] -licentie en verder zorgt voor de marketing, automatisering, administratie en het vaststellen van de hotel- en restaurantprijzen, een en ander onder uiteindelijke goedkeuring door [I] .
3.1 Aanmerken [O] BV als OZL
Het bovenstaande staat los van de vraag of [O] BV door de op 27 juni jl. gesloten managementovereenkomst niet in ieder geval (c.q. alsnog vanaf dat moment) een OZL is (geworden). Ik heb deze laatste beoordeling vooralsnog niet gemaakt, nu de voorgenomen aandelentransactie nog niet in voldoende detail is voorgelegd. […]
Zonder vooruit te willen lopen op een grondige duiding bestudering en toetsing van alle relevante feiten en omstandigheden, komt het mij echter voor dat de door u beschreven wijziging in de aandelenstructuur van [O] BV niet in overeenstemming lijkt met doel en strekking van artikel 4 WBR Pro. Nadere toetsing zal moeten uitwijzen of mijn eerste indruk juist is.”
“TOELICHTING […]Reden voor deze naheffingsaanslagNaheffing overdrachtsbelasting zoals aangekondigd per brief d.d. 11 april 2017 met kenmerk [#] .”
van 11 april 2017 (zie onder 21). In die brief is het belastbare feit op onmiskenbare wijze aangeduid en ordentelijk toegelicht. De naheffingsaanslag is conform deze brief opgelegd. Op het aanslagbiljet wordt bij de reden voor de aanslag verwezen naar de naheffing zoals aangekondigd bij die brief van 11 april 2017 (zie onder 22).
- bij [J] personeel voor de dagelijkse hotelvoering ingeleend (het personeel
- het management van het hotel en het leiden van het personeel in [U] overgelaten aan managers in dienst bij [J] ;
- [J] ingeschakeld voor de renovatie en het reguliere onderhoud van het hotel;
- [J] verantwoordelijk gemaakt voor het opereren onder en voldoen aan
- [J] verantwoordelijk gemaakt voor het regelen van vereiste vergunningen op naam van en voor rekening van eiseres/ [I] ;
- bij [J] neergelegd de marketing, automatisering, administratie en het vaststellen van de hotel- en restaurantprijzen.
Voorts wordt voor deze conclusie dat [J] méér doet dan een als derde ingeschakelde manager, steun gevonden in (1) de resultaatafhankelijke beloning die [J] voor haar werkzaamheden ontvangt, (2) het risico dat [J] loopt als budgetten overschreden worden en (3) in het bijzonder de afspraak dat [J] een bedrag van ten hoogste € 15 miljoen zal betalen aan [I] als zij bepaalde doelen niet behaalt. Een als derde ingeschakelde manager zal immers altijd enige beloning voor de uitgevoerde managementwerkzaamheden willen ontvangen en niet het risico willen lopen dat er aan het einde van een jaar niets is verdiend of dat er zelfs betaald moet worden voor de door haar zelf uitgevoerde werkzaamheden.
Aangezien aan de doeleis is voldaan, is [O] aan te merken als ozr. De naheffingsaanslag is in zoverre terecht opgelegd.
Eiseres heeft in dit verband gesteld dat zij de Belastingdienst Amsterdam niet hierover benaderde, maar over een ander onderwerp dat zou gaan spelen na de aandelenoverdracht. Dit valt echter niet te rijmen met de stukken van het geding. Hieruit blijkt namelijk dat eiseres juist wel de bevestiging heeft gevraagd dat bij de aandelenoverdracht [O] geen ozr zou zijn (zie onder 9 en 10, hetgeen als stap 1 wordt voorgelegd). Het bevoegde kantoor van de Belastingdienst Amsterdam heeft de gevraagde bevestiging niet gegeven.
Beslissing
mr. H. de Jong, leden, in aanwezigheid van mr. M.C. Anema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2021.