Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 maart 2021 in de zaak tussen
[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Hoofddorp, verweerder.
Procesverloop
van € 24.413 belastingrente in rekening gebracht en is een vergrijpboete opgelegd
van € 43.538.
Overwegingen
op 2 februari 2004 voor een bedrag van € 1.446.604 door eiseres gekocht.
Op nummer [# 2] bevond zich een deel van 188 m2 dat voor € 15.000 per jaar verhuurd werd aan [H] v.o.f. ( [H] ), een autobedrijf van [A] en zijn zoon.
Op de nummers [# 3] - [# 4] - [# 5] bevond zich een showroom/kantoor/werkplaats van 1.146 m2. Dit deel werd sinds 2006 verhuurd aan [I] B.V. ( [I] ). Het huurcontract vermeldt een oppervlakte van ‘circa 1.250 m2’. Per 1 januari 2013 heeft [J] B.V. ( [J] ) het huurcontract van [I] overgenomen via een akte van in-de-plaatsstelling. De huursom voor dat deel bedroeg in 2013 € 117.787 per jaar.
op € 710.000.
“Deel I […]Nieuwe/verandering in protectie:
EUR 172k en de huidige aflossingen van EUR 227k. Daar komt bij dat de waardes van de panden enorm gedaald zijn. Op basis van recente taxatierapporten uit december 2013 van [K] […] bedraagt de LTV 166%. […]
Ondernemers (de heren [A] . en [M] [A] ) zijn scenario’s aan het uitwerken per pand om tot oplossingen te komen. Deze oplossingen kunnen bestaan uit:
1) [hogere huurinkomsten door meer huurders aan te trekken]
3) [verkopen leegstaande panden]
4) kopen van een pand in privé door de heer [A] […] De heer [A] heeft ruim EUR 700k aan liquiditeiten hiervoor.
5) [inbrengen van privégelden door [A] ].
We zullen uitkomen op een combinatie van bovengenoemde oplossingen. Doel is om de financiering uiterlijk binnen 5 jaar weer in balans te hebben met de bancaire normen. Het nemen van te snelle beslissingen inzake bijvoorbeeld verkopen van panden heeft het risico in zich, dat er een restschuld overblijft, daar de marktwaarde van de panden met EUR 4,9 miljoen lager ligt dan het huidige obligo EUR 5,8 miljoen […].”
Uw vastgoed portefeuille kampt met leegstand en dit heeft liquiditeitstekorten veroorzaakt waar op korte termijn een oplossing voor dient te komen. U heeft in dit gesprek aangegeven tekorten niet vanuit privé te zullen aanzuiveren, omdat de overige certificaathouders dit ook niet kunnen/willen doen.
verkocht voor een bedrag van € 670.000. In de leveringsakte is opgenomen dat [G] [# 3] , [# 4] en [# 5] ontruimd worden geleverd, en nummer [# 2] onder voortzetting van de lopende huurovereenkomst
.
30 maart 2017 een boekenonderzoek bij eiseres heeft ingesteld naar de aanvaardbaarheid van de aangifte vpb voor het jaar 2014. Het ging om een deelonderzoek, uitsluitend naar de gevolgen van de overdracht van de showroom.
van € 1.145.000. Het rapport van het boekenonderzoek was op 1 november 2018 definitief.
€ 40.000 op de taxatiewaarde in mindering werd gebracht omdat € 710.000 het maximale bedrag was dat hij zonder financiering kon betalen. Aangezien er echter ook nog overdrachtsbelasting verschuldigd zou zijn, is zo de verkoopprijs op het bedrag
van € 670.000 bepaald [5] .
€ 85.000 te laag was. Dit impliceert een winstuitdeling in voornoemde zin en hierdoor was ook de winst minstens € 85.000 te laag. Eiseres heeft zich namelijk een voordeel laten ontgaan door de transactie met haar middellijk aandeel-/certificaathouder en bestuurder [A] , waarbij hij is bevoordeeld. Niet aannemelijk is geworden dat hieraan zakelijke overwegingen ten grondslag hebben gelegen. De enkele stelling dat eiseres en [A] zich niet bewust waren van genoemde omissie in de taxatie en daarmee ook niet wisten van een mogelijke onzakelijke bevoordeling, neemt niet weg dat zij zich hiervan bewust hadden moeten zijn. De omstandigheid dat naast [A] ook anderen als certificaathouder een economisch belang hadden in eiseres, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Dat de andere certificaathouders akkoord zijn gegaan met de door [A] aan hen gepresenteerde oplossing van de verkoop van de showroom, doet er niet aan af dat sprake was van een onzakelijk handelen van eiseres ten gerieve van [A] . De rechtbank begrijpt uit de vaststaande feiten (onder 1) immers dat de andere certificaathouders geen bemoeienis hadden met eiseres en de belangrijke beslissingen toevertrouwden aan [A] . Ook de omstandigheid dat de bank akkoord is gegaan met de transactie neemt niet weg dat [A] minstens voor genoemd bedrag is bevoordeeld. Het niet in de aangifte vpb opnemen van genoemd bedrag aan winst levert ook een gebrek in de aangifte op waarvan eiseres zich bewust had moeten zijn en waarvan zij had moeten beseffen dat hierdoor een aanzienlijk belastingbedrag niet zou worden geheven. Op grond van die aangifte zou namelijk een belastbare winst van ten minste € 85.000 niet in de belastingheffing worden betrokken. Daarmee correspondeert een belastingbedrag van ten minste € 17.000 (20% van € 85.000). Dat bedrag is in zowel absoluut als relatief opzicht aanzienlijk. De conclusie is dat eiseres de vereiste aangifte voor het jaar 2014 niet heeft gedaan.
Eiseres acht dit een onredelijk hoge waarde. Zij wijst op het rapport van [K] en op de door haar ingebrachte opinie die de waarde van [K] onderschrijft. Verder stelt eiseres dat de [bank] geen genoegen zou nemen met een prijs die zoveel te laag was en dat de andere certificaathouders daar ook niet mee akkoord zouden gaan.
Vergrijpboete
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
van € 58.310 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- vernietigt de boete en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.598.
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 354 aan eiseres te vergoeden.
mr. S. Kleij, in aanwezigheid van mr. M.C. Anema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2021.