ECLI:NL:RBNHO:2019:5647
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bijstand Nederlandse kinderen van moeder met onzekere identiteit
Verzoekster, afkomstig uit Kenia, vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet (PW) voor zichzelf en haar twee minderjarige dochters, waarvan één met vastgestelde Nederlandse nationaliteit en de ander waarschijnlijk ook Nederlands is. Haar identiteit en verblijfsrecht zijn echter onzeker, mede doordat haar paspoort vals bleek.
De gemeente Haarlem wees de aanvraag af, verwijzend naar het ontbreken van vaststaand verblijfsrecht en twijfel over de nationaliteit van de kinderen. Verzoekster stelde dat zij als verzorgende ouder van Nederlandse kinderen recht heeft op bijstand, en dat de kinderen in extreme armoede verkeren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de situatie complex is en dat het recht op afgeleid verblijfsrecht niet in deze voorlopige voorziening kan worden vastgesteld. Wel achtte hij aannemelijk dat verzoekster de biologische moeder is van beide kinderen en dat deze kinderen recht hebben op bijstand op grond van artikel 16 PW Pro. Daarom werd bijstand van €150 per week toegekend, met ingang van 1 juli 2019, en verzoekster benoemd tot voorlopig vertegenwoordiger van de kinderen.
Daarnaast werd verzoekster vrijstelling van griffierecht toegekend en werd verweerder veroordeeld in de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoekster krijgt een voorlopige voorziening toegekend voor bijstand ten behoeve van haar twee Nederlandse kinderen, met benoeming tot voorlopig vertegenwoordiger.