Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 juli 2018 in de zaak tussen
[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Hoofddorp, verweerder.
Procesverloop
“Debiteur
Koper
Bank
in aanmerking nemende:
dat de bank bereid is aan de debiteur geldlening(en) en/of krediet(en) in rekening-courant te verstrekken, onder meer ter financiering van:
Zaken
verklaren te zijn overeengekomen:
De koper verbindt zich jegens de bank, die dit aanneemt, om op eerste verzoek van de bank de zaken te kopen.
Koopprijs
Voorwaarden
AKTE VAN ACHTERGESTELDE GELDLENING
[C], (…),
schuldenaar.
[D], (…),
schuldeiser;
hoofdsom.
(…)
Geschil12. In geschil is of het belastbaar bedrag terecht is vastgesteld op € 118.801. Meer in het bijzonder is in geschil of de door eiseres aan [B BEDRIJF] BV verstrekte lening een zakelijke lening is. Indien het antwoord op die vraag bevestigend luidt, is in geschil de hoogte van de afwaardering van de vordering. Voorts is in geschil of eiseres, bij een gegrond beroep, recht heeft op een integrale proceskostenvergoeding.
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het niet (tijdig) doen van uitspraak op bezwaar niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen de aanslag gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de aanslag tot een berekend naar een belastbaar bedrag van € 18.801;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.500;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 334 aan eiseres te vergoeden.