ECLI:NL:RBNHO:2018:3512
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-gebruik van bedrijfsruimte per 1 januari 2017 leidt tot vernietiging OZB-aanslag
Eiser huurde een bedrijfsruimte tot 31 december 2016, maar mocht deze leeg opleveren op 6 januari 2017. Verweerder legde aanslagen onroerende-zaakbelasting (OZB) en reclamebelasting op voor 2017, waarbij eiser als gebruiker werd aangemerkt op 1 januari 2017. Eiser betwist dit en stelt dat hij op die datum geen gebruiker meer was.
De rechtbank stelt vast dat de bedrijfsruimte op 2 januari 2017 leeg was opgeleverd en dat eiser na 1 januari 2017 alleen nog opruim- en schoonmaakwerkzaamheden verrichtte, zonder daadwerkelijk gebruik te maken van de ruimte. De rechtbank verwijst naar de wetsgeschiedenis en jurisprudentie waarin het begrip 'gebruik' wordt uitgelegd als daadwerkelijke bezigheid met de onroerende zaak, waarbij leegstand ook als gebruik kan gelden, maar opruimen en schoonmaken niet.
Verder oordeelt de rechtbank dat de situatie waarin een eigenaar een belangrijke mate van zeggenschap heeft over de onroerende zaak, deze als gebruiker kan worden aangemerkt, maar dat dit hier niet tot belastingplicht leidt omdat de eigenaar pas na 6 januari 2017 onbeperkte beschikking kreeg. De aanslag OZB wordt daarom vernietigd en op nihil gesteld. Het beroep tegen de reclamebelasting wordt ongegrond verklaard omdat de reclame-uiting op 1 januari 2017 nog zichtbaar was.
De rechtbank draagt verweerder op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Verberne op 30 april 2018.
Uitkomst: De aanslag onroerende-zaakbelasting wordt vernietigd omdat eiser op 1 januari 2017 geen gebruiker meer was van de bedrijfsruimte.