Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
mr. N. Walenkamp. Van deze zitting is een proces-verbaal opgemaakt.
2.Verzoek
[verweerder 1]:
[verweerder 1] , geboren op [geboortedatum] , moeder [de moeder] en erkend door [naam].
[verweerder 4]:
[verweerder 4] , geboren [geboortedatum] , moeder [de moeder] , vader [naam] .
[verweerder 3] :
[verweerder 2] :
3.Verweer
4.Beoordeling
destijds) huidige stand van het Nederlandse internationaal privaatrecht de uit artikel 6 van Pro de Wet Algemene Bepalingen afgeleide regel inhoudt dat de bevoegdheid tot erkenning alsook de voor erkenning geldende voorwaarden dienen te worden beoordeeld naar het nationale recht van degene die de erkenning verricht. Deze regel is later gecodificeerd in artikel 4 WCA Pro en is thans neergelegd in artikel 10:95 BW Pro.
De rechtbank werpt overigens de vraag op of – indien wel sprake zou zijn van betwisting van staat – iemand hier met succes een beroep op kan doen indien juist die aktes, zoals in deze zaak, valselijk zijn opgemaakt.
5.Beslissing
.