Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2026 in de zaak tussen
de Maatschap [eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
voorheen: de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit), verweerder
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, een melkveehouderij in Lelystad, kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens overtreding van de Meststoffenwet (Msw) in 2020. De minister trok tevens de derogatievergunning in en sloot eiseres uit voor deelname aan de derogatie in 2025. Eiseres voerde beroep aan tegen de boete en de besluiten.
De rechtbank oordeelt dat de minister heeft aangetoond dat de Msw is overtreden, maar verklaart het beroep gegrond vanwege een gewijzigd standpunt van de minister over de kwalificatie van vijf dijkpercelen als overige grond in plaats van landbouwgrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en stelt de boete opnieuw vast op € 40.079,-, inclusief een matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank concludeert dat eiseres geen feitelijke beschikkingsmacht had over de dijkpercelen, omdat deze eigendom zijn van het Waterschap Zuiderzee en de pachtovereenkomsten beperkt of mondeling waren zonder voorwaarden. De complexiteit van de regelgeving leidt niet tot vermindering van verwijtbaarheid. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en stelt de boete vast op € 40.079,- met matiging wegens overschrijding redelijke termijn.