Eiser, eigenaar van een pand met een mandelige scheidingsmuur, verzocht het college handhavend op te treden vanwege het ontbreken van een constructief veilige ondersteuning van deze muur. Na eerdere procedures en onderzoeken, waaronder een 3D-scan, stelde het college dat de muur voldoet aan de bouwtechnische eisen en wees het handhavingsverzoek af.
De rechtbank oordeelt dat het de eigen verantwoordelijkheid van de eigenaar is om te zorgen dat het bouwwerk aan de technische bouwkwaliteit voldoet en dat het college zich voldoende heeft ingespannen met het onderzoek. De scheefstand van de muur impliceert niet automatisch een constructief probleem. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk omdat het college inmiddels tijdig heeft beslist.
De rechtbank kent eiser een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van bijna drie jaar en een maand. Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.