5.8.[eiseres] heeft, ter onderbouwing van haar stellingen, gewezen op de volgende stukken die in het geding zijn gebracht:
- een kopie van de overeenkomsten van 9 maart 2003 met contractnummers [contractnummer 1] en [contractnummer 2] , voorzien van de tekst:
“Adviseur ATP [nummer] – [onderneming 1] B.V. ”,
- twee rekenvoorbeelden met maandbedragen van respectievelijk 150 NLG en 200 NLG (productie C),
- een kopie van een visitekaartje, voorzien van het logo van de tussenpersoon, waarop vermeld staat:
“ [A] (…)”,
- een kopie van een uittreksel van de KvK van [onderneming 1] met als beschrijving van de werkzaamheden ‘
Bemiddeling bij het afsluiten van verzekerings- en financiële produkten. Aan- en verkoop van effecten’,
- - de verklaring van de heer [B] , directeur/enig aandeelhouder van [onderneming 1] B.V, waaruit – voor zover van belang – het volgende blijkt:
‘(…) Ik was eigenaar van de eenmanszaak [onderneming 2] (vanaf 26-2-1997) en directeur/enig aandeelhouder van [onderneming 1] B.V. (vanaf 8 januari 1998). (…) [onderneming 2] , [onderneming 1] en [onderneming 3] waren allen tussenpersonen die onder meer leaseproducten van Bank Labouchere en (…) in hun portefeuille hadden. Het ging dan om (…) en van Bank Labouchere de producten Capital Effect en Triple Effect voor zover ik mij kan herinneren. Er gold een provisiestructuur waarbij het gehele bedrag aan provisie bij afsluiten door de lease-aanbieders aan ons werd uitbetaald. (…) We benaderden potentiële klanten door middel van ons interne callcenter. De database met gegevens van de klanten hadden we gekocht. Met die database konden we selecteren op doelgroepen, (…). Door het callcenter werd gevraagd of zij geïnteresseerd waren in een vrijblijvend adviesgesprek met ons. Daarop werd er een afspraak gemaakt met één van onze adviseurs. De afspraak werd gemaakt bij de potentiële klanten thuis. Er werd dan gevraagd naar de persoonlijke financiële situatie en naar welke producten er al liepen. Ook werden de wensen van de klant besproken. De adviseurs hadden een laptop en een printer bij zich waarmee een prognose kon worden opgesteld. Het rekenprogramma daarvoor hadden wij zelf ontwikkeld. In zo’n gesprek kwam de adviseur dan tot een advies voor een bepaald product, waarna een aanvraagformulier werd ingevuld. Dit formulier werd later door ons aan de lease-aanbieder gefaxt, waarna het contract aan ons werd gestuurd. We kwamen dan in ieder geval nog één keer langs bij de klant om de contracten te laten ondertekenen.’
(…)
‘We hadden op een gegeven moment zo’n 20 adviseurs in loondienst. Die werkten voor de verschillende voornoemde ondernemingen. De adviseurs werkten in principe volgens de hiervoor genoemde werkwijze, maar konden uiteraard een eigen aanpak hebben. Nieuwe adviseurs werden ingewerkt door de meer ervaren adviseurs.’
(…)
‘Het was niet toegestaan voor ons om de lease-producten enkel via advertenties en/of huis-aan-huis-reclame aan te bieden. De lease-aanbieders stonden erop dat het aanbieden van de leaseproducten gepaard ging met persoonlijk advies’.
- de verklaring van De heer [C] , toenmalig adviseur van [onderneming 1] , waaruit – voor zover van belang – het volgende blijkt:
‘(…) De werkwijze was als volgt: [onderneming 1] benaderde potentiële klanten om hen te interesseren voor een adviesgesprek over hun financiën. Ik kreeg vervolgens een lijst met potentiële afnemers die ik eerst telefonisch benaderde en daarna volgde een persoonlijk gesprek. In het persoonlijke gesprek ging ik in op de doelstelling van de betreffende afnemer. Er werd ingespeeld op de persoonlijke omstandigheden van de betreffende afnemer. Zo wilde de een sparen voor de kinderen en de ander weer pensioen opbouwen. Het Capital Effect product werd dan geadviseerd voor die specifieke doelstelling. Als de afnemer akkoord was werd er een formulier ingevuld dat ik inleverde bij [onderneming 1] . We kregen provisie voor de effectenlease-producten die we hadden verkocht. Over verliezen, restschulden of de nadelen van het product werd in het geheel niet gesproken. Er werd alleen gewezen op de hoge rendementen die het product zou opleveren. Toen ik de training volgde bij indiensttreding waren er ongeveer 15 andere adviseurs bij. Er werd dus gewerkt volgens dezelfde werkwijze.’ (…)
- de verklaring van de heer [D] , toenmalig adviseur van [onderneming 1] , waaruit – voor zover van belang – het volgende blijkt:
‘(…) Er was een vaste werkwijze. Een call-center van ons nam contact op met potentiële klanten en maakte een afspraak voor een persoonlijk gesprek aan huis’. (…) ‘In het gesprek werd de doelstelling van de klant besproken. We adviseerden vervolgens het effectenleaseproduct van Dexia of Aegon.’ (…) ‘We vermeden dat het ging om beleggen met geleend geld en de risico’s. We vertelden dat het ging om solide aandelen. We vertelden ook dat het een interessant spaarpotjes was, dat veel sneller gevuld zou kunnen worden dan op een normale manier sparen. (…)’.
aanhoudingsverzoek