ECLI:NL:RBMNE:2025:7247
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Coenen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen
Eiseres is het niet eens met de beslissing van het Uwv dat zij onvoldoende heeft gedaan om haar werkneemster te re-integreren, waardoor zij het loon van de werkneemster 52 weken moet doorbetalen. De werkneemster viel op 4 oktober 2022 ziek uit en vroeg in september 2024 een WIA-uitkering aan. Het Uwv verlengde de loonbetalingsverplichting op grond van onvoldoende re-integratie-inspanningen.
De rechtbank beoordeelt dat het Uwv terecht heeft vastgesteld dat er geen bevredigend re-integratieresultaat is bereikt, omdat de werkneemster niet is gaan werken ondanks arbeidsmogelijkheden. De bedrijfsarts heeft onterecht een urenbeperking van 4 uur per dag en 20 uur per week aangenomen, wat buiten zijn professionele marge valt. Dit onjuiste advies komt voor rekening en risico van eiseres.
Eiseres mocht niet vertrouwen op het advies van de bedrijfsarts, mede omdat zij signalen had dat de werkneemster niet re-integreerde en geen deskundigenoordeel van het Uwv heeft aangevraagd. Ook is vastgesteld dat re-integratiekansen zijn gemist, omdat passend werk niet is hervat en deeltijdwerk niet als passend wordt gezien.
Ten slotte oordeelt de rechtbank dat het Uwv geen belangenafweging hoefde te maken vanwege de dwingendrechtelijke aard van artikel 25 Wet Pro WIA. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiseres krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen.