Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
5 december 2025.
- de verdachte;
- de advocaat van de verdachte, mr. W.F.J. Kramer;
- de officier van justitie, mr. S.K. Lanning-Stein;
- de forensisch patholoog, drs. A.I.C. Christiaens;
- de nabestaanden van het overleden slachtoffer, [nabestaande 1] en [nabestaande 2] ;
- de advocaat van de benadeelde partijen, mr. L. van Gaalen.
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
20 juni 2024 door twee mannen in elkaar is geslagen. Dit geweldsincident is op camerabeelden vastgelegd. Op die camerabeelden is, kort gezegd, te zien dat twee mannen (in het proces-verbaal beelden aangeduid als man 1 en man 2) geweld op het slachtoffer uitoefenen. Man 1 slaat het slachtoffer tegen zijn hoofd en man 2 schopt het slachtoffer tegen zijn hoofd. Het slachtoffer, eerst zittend op een bankje, verdwijnt lopend uit beeld met de mannen achter hem aan. De mannen komen ongeveer 20 seconden later weer in beeld, zonder het slachtoffer. Het slachtoffer komt niet meer in beeld.
de rechtbank begrijpt: zondag 23 juni 2024]voor het laatst had gezien. Ik hoorde dat ze zei dat hij toen aangaf dat hij was geslagen door drie personen. Ik hoorde dat ze zei dat hij wel aangaf dat het in Bunschoten was gebeurd. Ik hoorde dat ze zei dat hij toen een opgezwollen gezicht had en klaagde over pijn in zijn achterhoofd. [12] Ik vroeg wanneer zij [slachtoffer] voor het laatst had gezien. Ik hoorde dat ze zei dat ze hem niet op zondag, maar op zaterdag [
de rechtbank begrijpt: zaterdag 22 juni 2024] omstreeks 13.00 uur voor het laatst had gezien. Ik hoorde dat ze zei dat ze onderweg naar de bus was toen ze hem tegenkwam. Ik hoorde dat ze zei dat hij toen een erg opgezwollen gezicht had. [13]
de rechtbank begrijpt: op 24 juni 2024] op de onderstaande momenten zijn telefoon heeft gebruikt. Ik zag dat het slachtoffer zijn telefoon voor het laatst gebruikte om 13:17:39 uur. [16]
voorwaardelijkopzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel hebben gehad. Uit de beelden blijkt dat de verdachte het slachtoffer in totaal zes keer tegen zijn hoofd heeft geslagen en dat de medeverdachte het – zittende – slachtoffer twee keer tegen zijn hoofd heeft geschopt. Al na de eerste klappen bleek dat het slachtoffer zich niet tot nauwelijks verweerde. De rechtbank is van oordeel dat deze gedragingen een aanmerkelijke kans op toebrenging van zwaar lichamelijk letsel in het leven roepen. De rechtbank vindt het hierbij van belang dat er sprake is van twee verdachten die geweldshandelingen verrichten tegen één slachtoffer en dat
allegeweldshandelingen gericht waren tegen het hoofd van het slachtoffer. Het is een feit van algemene bekendheid dat het hoofd een vitaal en kwetsbaar deel van het menselijk lichaam is en dat geweldshandelingen tegen het hoofd daarom tot ernstig, mogelijk onherstelbaar letsel kunnen leiden. Van de verdachten mag worden aangenomen dat zij dit ook wisten. Door dusdanig vaak geweld toe te passen tegen het hoofd van het vooral zittende slachtoffer, dat zich daarbij amper verweerde, kan het niet anders dan dat de verdachten de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel bewust hebben aanvaard. Van aanwijzingen voor het tegendeel is de rechtbank niet gebleken. De omstandigheid dat de verdachten op enig moment met het geweld zijn gestopt en het slachtoffer toen zelfstandig is weggelopen, doet er niet aan af dat de verdachten
tijdenshet geweld de aanmerkelijke kans op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel hebben aanvaard.
kunnenhebben gevormd in de gebeurtenissen die tot het gevolg hebben geleid. [33] Daarnaast is vereist dat het aannemelijk is dat het gevolg met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door de gedragingen van de verdachten is veroorzaakt. Of en wanneer sprake is van een zo’n ‘aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid’, is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval. Bij de beoordeling daarvan kan als hulpmiddel dienen of in de gegeven omstandigheden de gedragingen van de verdachten naar haar aard geschikt zijn om dat gevolg teweeg te brengen en bovendien naar ervaringsregels van dien aard zijn dat zij het vermoeden wettigen dat deze hebben geleid tot het intreden van het gevolg. [34] Hierbij kan ook worden betrokken in hoeverre aannemelijk is geworden dat andere, bij verweer gestelde oorzaken, die niet samenhangen met de gedragingen van de verdachten,
hoogstwaarschijnlijk niettot het ingetreden gevolg hebben geleid. [35]
4.Bewezenverklaring
5.Kwalificatie en strafbaarheid
- I) Een meldplicht bij de reclassering;
- II) Ambulante behandeling bij Inforsa verslavingszorg of een soortgelijke instelling;
- III) Meewerken aan controles op het gebruik van alcohol en drugs.
7.Benadeelde partijen
8.Toegepaste wetsartikelen
9.De beslissing
gevangenisstraf van drie jaren;
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
[slachtoffer]
opzettelijk
van het leven heeft beroofd,
door die [slachtoffer] meermalen tegen het gezicht/hoofd, althans het lichaam, te slaan en/of schoppen;
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
aan een ander, te weten [slachtoffer]
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht,
door die [slachtoffer] meermalen tegen het gezicht/hoofd, althans het lichaam, te slaan en/of schoppen,
terwijl het feit de dood ten gevolge had;
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
[slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] meermalen tegen het gezicht/hoofd, althans het lichaam, te slaan en/of schoppen,
terwijl het feit de dood ten gevolge heeft gehad;