ECLI:NL:RBMNE:2025:3302
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van recht op bijstand
Eisers hebben een aanvraag voor bijstand ingediend, welke door verweerder is afgewezen en het verstrekte voorschot is teruggevorderd. Eisers maakten bezwaar en stelden beroep in tegen het besluit. De kern van het geschil betrof de vraag of eiser op geld waardeerbare arbeid verrichtte tijdens de uren dat hij aanwezig was op de werkplek.
De rechtbank stelt vast dat eiser meer uren aanwezig was dan contractueel overeengekomen, en dat de enkele aanwezigheid tijdens reguliere arbeidsuren de veronderstelling rechtvaardigt dat sprake is van op geld waardeerbare arbeid. Eisers stelling dat hij enkel aanwezig was voor sociale redenen en taalverwerving werd niet voldoende onderbouwd. Daarnaast was onduidelijkheid over contante stortingen op de bankrekening van eiser.
De rechtbank concludeert dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij recht had op bijstand en dat de terugvordering van het voorschot terecht is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eisers krijgen het griffierecht niet terug. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag en terugvordering van het voorschot is ongegrond verklaard.