ECLI:NL:RBMNE:2024:7252
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiser betwist de WOZ-waarde van zijn woning vastgesteld door de gemeente voor het belastingjaar 2022, met waardepeildatum 1 januari 2021. De gemeente stelde de waarde vast op €292.000,-, terwijl eiser een lagere waarde van €276.000,- vordert. Na bezwaar en beroep handhaaft de gemeente de waarde. De rechtbank toetst de onderbouwing van de waarde door de gemeente aan de hand van een taxatiematrix met zes vergelijkbare woningen in dezelfde straat en omgeving.
De rechtbank oordeelt dat de gemeente voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel slaagt niet, omdat de vergelijkbare woningen verschillen in kenmerken en het waarderingsmodel in de primaire fase geen bindende toezegging inhoudt. Ook is geen sprake van willekeur.
Daarnaast constateert de rechtbank dat de bezwaar- en beroepsprocedure samen langer dan de redelijke termijn van twee jaar heeft geduurd. Daarom kent de rechtbank een forfaitaire schadevergoeding van €50,- toe en vergoedt zij de proceskosten en het griffierecht aan eiser. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt de Staat tot betaling van genoemde vergoedingen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, maar eiser krijgt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.