ECLI:NL:RBMNE:2024:6658
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning op basis van eigen aankoopcijfer
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €235.000 voor het belastingjaar 2023. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde, waarbij hij het eigen aankoopcijfer van eiser van €224.000 niet als maatgevend beschouwde vanwege de afstand in tijd tot de waardepeildatum en de beschikbaarheid van vergelijkbare referentiewoningen.
De rechtbank oordeelde dat het eigen aankoopcijfer, dat minder dan een jaar na de waardepeildatum tot stand kwam, in beginsel maatgevend is en dat de heffingsambtenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De argumenten van de heffingsambtenaar, waaronder het vermoeden van een niet-marktconforme verkoopprijs, werden onvoldoende onderbouwd bevonden.
De rechtbank stelde de WOZ-waarde daarom vast op €225.000, het bedrag dat eiser had bepleit, en vernietigde de bestreden uitspraak. Tevens werd eiser het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €1.499 toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Skerka op 13 november 2024.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €225.000, gebaseerd op het eigen aankoopcijfer van eiser.