ECLI:NL:RBMNE:2024:5260
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking vergunningen speelautomaten wegens niet-gebruik binnen jaar
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft de intrekking van vergunningen voor het exploiteren van speelautomaten door de Kansspelautoriteit (Ksa) aan [eisers 1.1 en 1.2]. De vergunningen zijn ingetrokken omdat niet binnen een jaar na afgifte met de exploitatie is begonnen, een dwingende grondslag in de Wet op de kansspelen (Wok). De exploitatie is nooit gestart, mede door het niet verlengen van een benodigde vergunning door de burgemeester van [plaats].
De belanghebbendheid en het procesbelang van de exploitanten en hun bestuurders zijn vastgesteld, waarbij ook het fundamentele recht op eer en goede naam voor de bestuurders is meegewogen. De rechtbank oordeelt dat ondanks het vervallen van het procesbelang door het verlopen van de vergunningen, de procedure inhoudelijk moet worden behandeld om schending van het recht op toegang tot de rechter te voorkomen.
De rechtbank verwerpt het verweer dat de Ksa onrechtmatig heeft gehandeld door de intrekkingsgrond pas later toe te voegen (détournement de pouvoir). Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt, omdat de wettelijke regeling dwingend is en er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking rechtvaardigen. De intrekking op grond van de Wet bibob behoeft geen inhoudelijke bespreking, omdat de intrekking op basis van de Wok reeds rechtsgeldig is.
De beroepen worden ongegrond verklaard, waarmee de intrekking van de vergunningen gehandhaafd blijft en de exploitanten geen speelautomaten mogen exploiteren.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de intrekking van de vergunningen wegens het niet starten van exploitatie binnen een jaar.