ECLI:NL:RBMNE:2019:3036
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechter behandelt beroep ondanks vervallen procesbelang wegens procedurele vertraging
Eiser stelde beroep in tegen een omgevingsvergunning die aan een derde partij was verleend voor het stallen van pony’s en het geven van ponyrijlessen op een perceel. De vergunning was tijdelijk en de geldigheidsduur was verstreken toen de rechtbank de zaak behandelde. Verweerder stelde dat eiser daardoor geen actueel procesbelang meer had.
De rechtbank erkent dat het procesbelang van eiser is vervallen doordat de vergunning inmiddels is verlopen en eiser geen ander belang aannemelijk heeft gemaakt. Echter, omdat het beroep zo lang heeft geduurd voordat het werd behandeld, zou het niet-inhoudelijk behandelen van het beroep het recht van eiser op toegang tot de rechter schenden, in strijd met artikel 6 EVRM Pro en het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 17 juli 2018.
Inhoudelijk oordeelt de rechtbank dat verweerder bij het verlenen van de vergunning de belangen zorgvuldig heeft afgewogen en dat de vergunning niet leidt tot onaanvaardbare hinder. Ook het bezwaar dat het aanvraagformulier onjuist was ingevuld, wordt verworpen omdat dit geen gevolgen heeft voor de vergunningverlening. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard ondanks het vervallen procesbelang.