ECLI:NL:RBMNE:2023:2271
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning ongegrond verklaard
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, welke is vastgesteld op €679.000 per 1 januari 2021. De heffingsambtenaar handhaaft deze waarde en heeft deze onderbouwd met een taxatiematrix waarin de woning wordt vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde buurt.
De rechtbank beoordeelt dat de heffingsambtenaar de bewijslast draagt om aannemelijk te maken dat de waarde niet hoger is vastgesteld dan de waarde in het economisch verkeer. De vergelijkingsmethode is toegepast met referentiewoningen die qua type, bouwjaar, ligging en oppervlakte goed vergelijkbaar zijn. De rechtbank oordeelt dat de taxatiematrix voldoende inzicht geeft in de wijze waarop rekening is gehouden met verschillen tussen de woningen.
Eiser voert aan dat de bouwkundige kwaliteit en grondstaffels onvoldoende zijn meegewogen, en dat de afnemende meerwaarde per m² niet is verwerkt. De rechtbank volgt deze bezwaren niet, mede omdat de heffingsambtenaar toelichting heeft gegeven en de verschillen niet substantieel zijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.