ECLI:NL:RBMNE:2022:4263
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking bijstandsuitkering wegens niet aannemelijk hoofdverblijf op opgegeven adres
Eiser ontving vanaf november 2020 een bijstandsuitkering op basis van inschrijving in de Basisregistratie Personen op een adres in [plaats 1]. Verweerder trok de uitkering per 9 september 2021 in, omdat uit onderzoek bleek dat eiser zijn hoofdverblijf niet op het opgegeven adres had. Dit onderzoek bestond uit administratief onderzoek, een gesprek en een huisbezoek, waarvoor eiser toestemming gaf.
Eiser voerde aan dat het zwaartepunt van zijn leven op het uitkeringsadres lag en dat verweerder onvoldoende bewijs had geleverd voor de intrekking. Tevens stelde hij dat het huisbezoek onrechtmatig was vanwege niet volledig nageleefde regels van 'informed consent' en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had voldaan aan de eis van 'informed consent', waardoor het huisbezoek onrechtmatig was en het bewijs daarvan in beginsel onrechtmatig verkregen was. Echter, omdat het huisbezoek plaatsvond op de datum van intrekking, mocht het bewijs voor die datum worden gebruikt. Op basis van diverse feiten en omstandigheden, waaronder het ontbreken van een eigen kamer, weinig persoonlijke bezittingen en het centrum van het maatschappelijk leven van eiser in [plaats 2], concludeerde de rechtbank dat eiser niet zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank wees ook proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstand wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.