ECLI:NL:CRVB:2015:4399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende medewerking huisbezoek
Appellante diende een aanvraag bijstand in op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en gaf aan alleen te wonen op een opgegeven adres. Uit gemeentelijke registraties bleek dat op dat adres meerdere personen stonden ingeschreven, wat aanleiding gaf tot twijfel over de juistheid van haar gegevens.
Het college legde een onaangekondigd huisbezoek af, waarvoor appellante toestemming gaf, maar zij weigerde volledige medewerking, met name inzage in haar kledingkast en de gehele slaap-/woonkamer. Het college wees de aanvraag af en vorderde het verstrekte voorschot terug wegens onvoldoende medewerking.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat er een redelijke grond was voor het huisbezoek en dat het college niet verplicht was vooraf in detail de reden te melden. Verder was voldaan aan het vereiste van informed consent.
De Raad verwierp het verweer dat het college appellante eerst op kantoor had moeten horen en dat zij voldoende medewerking had verleend. De weigering om volledige toegang te verlenen was niet zwaarwegend genoeg om van medewerking af te zien. Ook werd geen dringende reden gezien om van terugvordering af te zien.
De uitspraak bevestigt dat het recht op bijstand kan worden afgewezen bij onvoldoende medewerking aan een huisbezoek dat gericht is op het verifiëren van de woonsituatie.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende medewerking aan het huisbezoek wordt bevestigd.