Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 maart 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
(23 april 2020) verklaard dat eiseres in september 2018 een melding heeft gedaan, dat zij in januari 2019 naar huis is gegaan en dat het onderzoek op dat moment al gaande was. Daarnaast heeft verweerder aangevoerd dat er in diezelfde periode woningen beschikbaar waren die voor eiseres geschikt te maken waren. In het e-mailbericht van de gemachtigde van eiseres van
27 februari 2020 staat dat partijen op 4 december 2019 hebben afgesproken dat verweerder per april 2019 beoordeelt of er voor eiseres geschikte dan wel geschikt te maken woningen beschikbaar waren.
Volgens verweerder is het verhuisprimaat van toepassing, wat betekent dat verhuizen naar een andere woning adequaat is en goedkoper dan de door eiseres gewenste woningaanpassing. Daarbij heeft verweerder overwogen dat er op redelijke termijn, vier geschikte of geschikt te maken woningen, voor eiseres beschikbaar zijn. Deze vier woningen betreffende de volgende woningen:
- Bouwnummer [nummer 1] van het project [project] , [plaats 2] .
Ter zitting heeft eiseres aangevoerd dat het voor haar wel mogelijk moet zijn om daadwerkelijk te beoordelen of de woning geschikt is en of een verhuizing ook realistisch is. Als een woning zo snel verkocht is, dan is daar feitelijk geen mogelijkheid voor. Als verweerder niet aannemelijk kan maken dat er ten tijde van belang geschikte of geschikt te maken woningen daadwerkelijk beschikbaar waren, dan moet hij de kosten voor aanpassing van de huidige woning vergoeden, aldus eiseres.
27 februari en 9 maart 2020 al op gewezen. In het bestreden besluit heeft verweerder hier niet op gereageerd, maar slechts volstaan met de opmerking dat woningen in [plaats 2] nu eenmaal snel verkocht worden. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met het aanwijzen van de woning aan de [adres 1] geen realistische oplossing heeft aangedragen en deze niet als een passende bijdrage of compenserende voorziening voor de beperkingen van eiseres heeft mogen aanmerken. Hetzelfde geldt voor de woning aan de [adres 2] . Hoewel deze woning enkele weken in april 2019 te koop heeft gestaan, acht de rechtbank deze periode dermate kort dat verweerder dit ook niet als een realistische oplossing had kunnen aandragen. Bovendien kan niet worden gezegd dat eiseres een redelijke termijn is gegund om – anders dan alleen bouwtechnisch - te beoordelen/bekijken of de door verweerder aangewezen en beweerdelijk beschikbare woning voor haar geschikt was dan wel tegen geringe kosten geschikt te maken was
.De rechtbank vindt hiervoor steun in de uitspraken van de CRvB van 14 mei 2014 en 9 december 2009. [11] De beroepsgrond van eiseres slaagt. De rechtbank komt daarom niet meer toe aan de bespreking van de subsidiaire beroepsgrond.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;