Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.De beoordeling
“(…) dat verzet tegen het salaris van de curator niet ontvankelijk is. Het hof is van oordeel dat dit niet per sé ook geldt voor het loon van een vereffenaar, gezien het verschil tussen faillissement (als van openbare orde) enerzijds en de vereffening van een particuliere nalatenschap en de in dat kader geldende regels, als hieronder ook nog te noemen, anderzijds. (…).”Dit lijkt zich evenwel niet goed te verdragen met het zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing zijn van de bepalingen die in het faillissementsrecht gelden voor de verzetprocedure.