Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- de vereffenaar, bijgestaan door zijn advocaat;
- de verweerder sub 1, bijgestaan door zijn advocaat;
- de verweerder sub 2.
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak staat de vaststelling van het loon van de vereffenaar van een nalatenschap centraal, op grond van artikel 4:206 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De nalatenschap was overzichtelijk en bestond uit een woning, aandelen, banksaldi en een geringe schuldenlast die snel werd voldaan. De vereffenaar had een hoger loon gevorderd dan de kantonrechter had vastgesteld.
Het hof oordeelt dat de kantonrechter terecht de Recofarichtlijn heeft toegepast bij de waardering van de werkzaamheden van de vereffenaar. De vereffenaar had een groot deel van zijn werkzaamheden uitbesteed aan medewerkers, en het hof stelde het aantal uren van de vereffenaar en zijn medewerkers vast met een redelijke ervaringsfactor en hanteerde het uurtarief van 2016.
Daarnaast heeft het hof geoordeeld dat werkzaamheden die buiten het vereffeningsproces vielen, zoals bemoeienis met de verkoop van de woning, niet in deze procedure kunnen worden vergoed. De hogere bedragen die de vereffenaar vorderde, stonden niet in redelijke verhouding tot de omvang en aard van de nalatenschap.
Het hof vernietigt de eerdere beschikking en stelt het loon van de vereffenaar vast op € 9.572,30 inclusief BTW. De kosten van het geding worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het loon van de vereffenaar wordt vastgesteld op € 9.572,30 inclusief BTW.