Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie
4.De beoordeling van het bewijs
Uit de Whatsappberichtenwisseling volgt ook dat dit al vooraf de kennelijke bedoeling was van de verdachte en zijn medeverdachte [naam 1] , zodat ook de voorbedachte raad bewezen is: de verdachte schrijft immers aan de medeverdachte dat zij [slachtoffer 1] wilde laten verongelukken, en de medeverdachte schrijft over de aangeefster: ‘haar tijd komt nog wel’. Daarnaast kan ook het medeplegen worden bewezen, nu er voldoende bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat de verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met de medeverdachte. Er bestond immers een duidelijke onderlinge taakverdeling, waarbij de medeverdachte de verdachte enerzijds heeft voorzien van essentiële informatie en de verdachte anderzijds daar zelf ook naar gevraagd heeft.
verdachteheeft
ter terechtzittingzakelijk weergegeven het volgende verklaard:
“verongelukken”; de verdachte zou aan de verwezenlijking van dat doel meewerken: hij had dit aan de medeverdachte immers beloofd. Toen de eerste poging niet tot het door de verdachte en de medeverdachte gewenste resultaat had geleid, liet de medeverdachte aan de verdachte weten dat de tijd van de aangeefster nog zou komen en dat de kwaadwillende intenties niet waren veranderd. Een kleine twee weken na die openbaring van de medeverdachte volgde de tweede poging. De verdachte en de medeverdachte hielden de bewegingen van de aangeefster nauwlettend in de gaten. Zo ook kort voor de tweede poging: de medeverdachte wilde van de verdachte weten waar de aangeefster zich bevond. Samen hebben zij het plan gesmeed, hetgeen is uitgemond in twee pogingen om de aangeefster van het leven te beroven. De voornoemde berichten, in onderling verband en samenhang bezien, rechtvaardigen alleszins de conclusie dat de verdachte opzet had op de samenwerking met de medeverdachte en op de te verrichten gedragingen: het doorknippen van de remleidingen.
verdachteheeft
ter terechtzittingzakelijk weergegeven het volgende verklaard:
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
medeplegen van poging tot moord, meermalen gepleegd
medeplegen van belaging
medeplegen van belaging
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf
8.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.De vordering tenuitvoerlegging
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
[slachtoffer 1]gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
€ 164,84, vermeerderd met de wettelijke rente te berekenen over de periode van
- wijst de vordering tot vergoeding van reiskosten tot een bedrag van
- bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] , van een bedrag van €
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of zijn mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt;
een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen, alsnog zal worden tenuitvoergelegd.