ECLI:NL:RBLIM:2024:7299
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vordering wegens meerinkomen studiefinanciering ondanks mentale omstandigheden
Eiseres maakte bezwaar tegen een vordering van €1.724,86 wegens meerinkomen in 2019, omdat zij door haar mentale en emotionele gesteldheid niet tijdig haar studiefinanciering had stopgezet. Zij was mantelzorger voor haar depressieve partner en geestelijk zieke moeder, had een intensieve afstudeerstage en financiële noodzaak om te blijven werken. De minister handhaafde de vordering na een medisch advies dat eiseres wel in staat was haar studiefinanciering te beëindigen.
De rechtbank overwoog dat de minister mocht afgaan op het deskundige medisch advies, dat op basis van medische gegevens van de GZ-psycholoog en huisarts tot de conclusie kwam dat eiseres haar studie kon afronden en administratief kon handelen richting DUO. Eiseres had onvoldoende medische onderbouwing geleverd om dit te betwisten.
Hoewel de rechtbank begrip toonde voor de moeilijke persoonlijke situatie van eiseres en de emotionele impact van de vordering, vond zij dat de hardheidsclausule niet toegepast kon worden. Tevens is het gebruik van het studentenreisproduct irrelevant voor de vordering, omdat de Staat de kosten aan OV-bedrijven moet vergoeden ongeacht gebruik.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees terugbetaling van de vordering toe en wees proceskostenvergoedingen af. De uitspraak werd gedaan door rechter P.H. Broier op 17 oktober 2024.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en handhaaft de vordering wegens meerinkomen studiefinanciering 2019 van €1.724,86.