ECLI:NL:CRVB:2020:3017
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling OV-schuld wegens te late stopzetting reisproduct studiefinanciering
Betrokkene beëindigde haar studiefinanciering per 1 augustus 2017, waarbij zij haar reisproduct uiterlijk vijf werkdagen daarna moest stopzetten. Dit gebeurde echter pas op 3 september 2017, waardoor een OV-schuld werd vastgesteld. De rechtbank had de OV-schuld verminderd omdat zij oordeelde dat de schuld een punitief karakter had en betrokkene geen gebruik had gemaakt van het reisproduct.
De minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en stelde dat de OV-schuld geen strafkarakter heeft, maar een reparatoir karakter en dat het recht op het reisproduct een economische waarde vertegenwoordigt ongeacht gebruik. Betrokkene stelde dat zij het reisproduct niet kon gebruiken vanwege het blokkeren van haar OV-chipkaart.
De Raad oordeelde dat de OV-schuld niet punitief is, maar een vergoeding voor het beschikken over het reisproduct. Het feit dat betrokkene het reisproduct niet gebruikte, verandert niets aan het karakter van de schuld. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de volledige OV-schuld en de verhoging daarvan in stand blijven.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de OV-schuld wegens te late stopzetting van het reisproduct blijft in stand.