Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2429

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
11754595 \ CV EXPL 25-1866
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:400 BWArt. 7:401 BWArt. 6:74 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen aansprakelijkheid accountant voor gemiste TVL-subsidie door factureringstijdstip

De eiser exploiteert een partycentrum en vordert schadevergoeding van haar accountant, Numblees, wegens het niet tijdig aanpassen van factuurdata die zou leiden tot het mislopen van TVL-subsidie. De eiser stelt dat de accountant tekort is geschoten in haar zorgplicht door niet te adviseren over het antedateren van facturen.

De rechtbank oordeelt dat de accountant de zorg van een goed opdrachtnemer heeft betracht door de facturen conform de factuurdatum te verwerken. Het adviseren tot het aanpassen van factuurdata zou neerkomen op het aanzetten tot fraude, wat niet van de accountant kan worden verlangd.

Het bestuursrechtelijke traject bij RVO en het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigde dat de omzet moet worden toegerekend aan het kwartaal van de factuurdatum volgens het factuurstelsel. De gemiste subsidie is het gevolg van de subsidieregeling en het factureringssysteem van de eiser, niet van onzorgvuldig advies.

Daarom worden de vorderingen afgewezen en wordt de eiser veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente.

Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen omdat de accountant de zorg van een goed opdrachtnemer heeft betracht.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11754595 \ CV EXPL 25-1866
Vonnis van 13 maart 2026
in de zaak van
[naam eiser] , h.o.d.n. [bedrijf]
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. J.R. van Manen,
tegen
NUMBLEES® B.V.,
te Wijchen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Numblees,
gemachtigde: mr. M.J.G. Boender-Lamers.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 11 juni 2025 met 17 producties
- de conclusie van antwoord met twee producties
- de conclusie van repliek met producties 18 tot en met 34
- de conclusie van dupliek met twee producties
- de akte uitlating producties van [eiser]
- het bezwaar van Numblees tegen de akte van [eiser] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Numblees is een accountantsbedrijf. [eiser] heeft een partycentrum waar evenementen en feesten kunnen worden georganiseerd.
2.2.
[eiser] werd administratief ondersteund door Counta. Numblees heeft Counta op enig moment overgenomen. Op 26 januari 2021 heeft Numblees aan [eiser] het volgende gemaild:

(…)
Ik zou nog terugkomen op ons prijsmodel.
Vanaf heden kunnen we onze complete dienstverlening aanbieden, dat wil zeggen:
- Voeren van administratie in Yuki, inclusief de btw aangifte (zoals nu), aangevuld met:
- Opstellen van de jaarrekening
- Maken van de inkomstenbelasting
- Voeren van de salarisadministratie
- Al het advieswerk / gesprekken etc.
Jullie betalen momenteel EUR 295 per maand. Indien jullie het bovenstaande compleet pakket afnemen, blijf je dezelfde prijs betalen totdat de corona crisis voorbij is (omzet is op bestaande nivo, dit is in gezamenlijk overleg), daarna wordt de prijs EUR 475 exclusief btw.
(…)
2.3.
Op 8 oktober 2021 heeft [eiser] het volgende aan Numblees gemaild:

Hoi heren,
Hierbij de facturen van september.
Als er nog vragen zijn hoor ik ze graag.
Met gastvrije groet,
[eiser]
In de bijlage bij deze e-mail bevonden zich facturen met een factuurdatum in september 2021 en facturen met een factuurdatum in oktober 2021.
2.4.
[eiser] heeft op 20 december 2021 een aanvraag TVL-subsidie over de maanden oktober, november en december 2021 gedaan (vierde kwartaal). Op 23 december 2021 is haar een subsidievoorschot van € 14.715,00 toegekend. De verwachte, in de toekomst nog te ontvangen subsidie, bedroeg € 3.202,50.
2.5.
Op 6 oktober 2022 heeft [eiser] haar omzetgegevens 2021 doorgegeven aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO). Op 27 oktober 2022 heeft RVO aan [eiser] laten weten dat met de aangeleverde gegevens het definitieve subsidiebedrag op € 0,00 werd vastgesteld.
2.6.
Namens [eiser] heeft Numblees op 3 november 2022 een bezwaarschrift ingediend bij RVO. Op 16 december 2022 heeft RVO het bezwaar van [eiser] ongegrond verklaard. In de beslissing op bezwaar staat, voor zover hier relevant:

(…)
U verzoekt mij in bezwaar om voor wat betreft de subsidieperiode niet uit te gaan van de omzet uit de aangifte omzetbelasting, maar van het bedrag dat volgt uit uw eigen administratie. Ik kan alleen afwijken van uw aangifte omzetbelasting indien sprake is van omzet die niet in de aangifte omzetbelasting wordt gerapporteerd. Hiervan is in uw geval geen sprake. U heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van bovengenoemde uitzondering om af te wijken van de aangifte omzetbelasting. Dat een deel van de gerealiseerde omzet in het vierde kwartaal van 2021 volgens u toegerekend dient te worden aan het derde kwartaal van 2021, maakt niet dat sprake is van omzet die niet wordt gerapporteerd in de aangifte omzetbelasting. Zoals hierboven is aangegeven wordt de omzet juist wel aangegeven. Ik moet bij de berekening van het omzetverlies dan ook uitgaan van de door u ingediende aangifte omzetbelasting.
Of de feitelijke werkzaamheden nu in het vierde kwartaal van 2020 of in het derde kwartaal zijn verricht is niet leidend bij de beoordeling van uw TVL-subsidie. Uit de gegevens van de Belastingdienst blijkt voor [bedrijf] wanneer welke omzet is opgegeven en dat is het uitgangspunt.
(…)
Ik verleen alleen subsidie als er sprake is van een omzetverlies van ten minste 20%. Het omzetverlies is het verschil tussen de omzet in de referentieperiode en de omzet in de subsidieperiode.
De referentieperiode betreft in uw geval het vierde kwartaal van 2019. De subsidieperiode betreft het vierde kwartaal van 2021. (…)
De omzet bedraagt in de referentieperiode € 108.575.
De omzet van de subsidieperiode bedraagt € 106.659.
Het omzetverlies is € 1.916 (1,76%). Het (…) is minder dan het vereiste minimum (…) waardoor u niet in aanmerking komt voor de subsidie (…). Uw aanvraag is daarom terecht afgewezen. (…) Uw subsidie is daarom terecht vastgesteld op nihil.
(…)
2.7.
Numblees heeft namens [eiser] op 19 januari 2023 beroep ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). Het CBb heeft op 18 juni 2024 uitspraak gedaan. In de uitspraak staat, voor zover hier van belang:

(…)
3. De onderneming voert aan dat zij een partycentrum exploiteert. In Q3 van 2021 zijn daar nog feesten en partijen gegeven en alle facturen daarvoor zijn in Q4 van 2021 verstuurd. Deze omzet hoort dus bij Q3 van 2021, maar is in de aangifte omzetbelasting over Q4 van 2021 opgenomen. In Q4 van 2021 ging de sector weer ‘op slot’ en heeft de onderneming omzetverlies geleden. De onderneming verzoekt daarom de omzet aan te passen aan de hand van haar eigen financiële administratie, en niet uit te gaan van de omzet die uit de aangifte omzetbelasting blijkt.
4. Het College heeft al veel vergelijkbare zaken behandeld. Daarin heeft het telkens geoordeeld dat als een onderneming over haar gehele omzet omzetbelasting betaalt, de minister de aangifte omzetbelasting moet gebruiken voor het bepalen van de omzet en de berekening van het omzetverlies. De belangrijkste reden daarvoor is dat dit een bewuste keuze van de regelgever is geweest, om zo de TVL uitvoerbaar te houden en de administratieve lasten te beperken. Zie onder andere de uitspraken van 11 januari 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:5), 14 juni 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:306) en 21 juni 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:323). Ook in dit geval is het College van oordeel dat de minister terecht is uitgegaan van de omzet die uit de aangifte omzetbelasting blijkt. Dat betekent dat de minister er bij de berekening van het omzetverlies terecht geen rekening mee heeft gehouden dat (een deel van) de aan de Belastingdienst over Q4 van 2021 opgegeven omzet betrekking heeft op prestaties die zijn geleverd in Q3 van 2021.
5. Het beroep is (kennelijk) ongegrond. (…)
2.8.
[eiser] heeft op 25 juli 2024 een verzetschrift ingediend bij het CBb. Dit verzet is op 5 november 2024 ongegrond verklaard. In de uitspraak staat, voor zover hier van belang: “
De ondernemer hanteert het factuurstelsel. De datum van de factuur bepaalt daarbij over welk tijdvak de ondernemer de omzet moet aangeven. De datum waarop een dienst wordt geleverd, is niet relevant. Vergelijk de uitspraken van het College van 18 juli 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:380) en 13 augustus 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:561). (…) Voor zover de ondernemer een beroep doet op het evenredigheidsbeginsel, slaagt dat niet. Niet is gebleken dat sprake is van een zeer uitzonderlijk geval waarin het besluit onevenredig nadelig uitpakt. Dat de ondernemer de verleende subsidie moet terugbetalen is daarvoor niet voldoende. (…)
2.9.
Op 7 maart 2025 heeft [eiser] Numblees aansprakelijk gesteld. Ze sommeert Numblees in haar brief om € 17.917,50 aan schadevergoeding aan haar te betalen. Op 13 maart 2025 heeft Numblees per brief laten weten niet over te gaan tot betaling van het door [eiser] verzochte bedrag.
2.10.
Op 1 juli 2025 heeft [eiser] een verzoek om herziening bij CBb gedaan, omdat ze in de verzetprocedure bij het CBb niet was gehoord. Op 21 augustus 2025 heeft het CBb daarom een zitting gehouden, waarbij [eiser] aanwezig was en gehoord kon worden. Het verzoek om herziening is daarna (mondeling) afgewezen.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
een verklaring voor recht dat Numblees jegens [eiser] onzorgvuldig heeft gehandeld, althans haar zorgplicht jegens [eiser] heeft geschonden en uit dien hoofde aansprakelijk is voor de door [eiser] geleden schade;
Numblees te veroordelen tot betaling van de door [eiser] geleden schade van € 17.917,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van het te wijzen vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
met veroordeling van Numblees tot betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van het te wijzen vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
3.2.
Aan haar vordering legt [eiser] ten grondslag dat zij met Numblees een overeenkomst van opdracht heeft gesloten (art. 7:400 BW Pro). Numblees is tekortgeschoten in de nakoming van haar uit die overeenkomst voortvloeiende verbintenis om [eiser] van goed advies te voorzien. Daarom is Numblees verplicht de schade die [eiser] daardoor leidt te vergoeden (art. 6:74 BW Pro). De tekortkoming bestaat eruit dat Numblees niet de zorg van een goed opdrachtnemer in acht heeft genomen (art. 7:401 BW Pro). Numblees had [eiser] namelijk zodanig moeten adviseren dat zij geen subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (hierna: TVL-subsidie) zou zijn misgelopen. Concreet betekent dit dat Numblees had moeten zien/begrijpen dat [eiser] werkzaamheden die verricht waren in september 2021 had gefactureerd in oktober 2021 en aan [eiser] had moeten vertellen dat ze die betreffende factuurdata aan moest passen, zodat de omzet die in september behaald was, ook in september zou zijn gefactureerd. Op die manier zou de omzet worden toegeschreven aan de juiste referentieperiode (het derde kwartaal van 2021 in plaats van het vierde kwartaal van 2021). Als de omzet was toegeschreven aan de juiste referentieperiode, was over het vierde kwartaal van 2021 TVL-subsidie uitgekeerd, aldus [eiser] .
3.3.
De schade van [eiser] bestaat volgens haar uit twee componenten. Allereerst moest [eiser] het door haar ontvangen voorschot op de TVL-subsidie van € 14.715,00 terugbetalen en ten tweede verloor ze haar aanspraak op nabetaling van € 3.202,50. Daarom vordert ze schadevergoeding van € 17.917,50. De wettelijke rente is volgens [eiser] verschuldigd, omdat Numblees te laat betaalt.
3.4.
Numblees voert verweer. Zij betwist allereerst dat sprake is van een tekortkoming. Verder stelt ze dat de tekortkoming, voor zover die al bestaat, haar niet kan worden toegerekend. Daarnaast betwist ze het causaal verband tussen de door [eiser] gestelde tekortkoming en de schade en ze betwist dat [eiser] schade heeft geleden. Numblees concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Een beroepsbeoefenaar moet op grond van art. 7:401 BW Pro jegens zijn of haar wederpartij de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen. In de rechtspraak wordt deze norm zo ingevuld dat het moet gaan om ‘de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsbeoefenaar mag worden verwacht.’ Een schending van deze zorgvuldigheid kan als wanprestatie kwalificeren. De zorgplicht van Numblees als opdrachtnemer kan meebrengen dat zij uit eigen beweging [eiser] behoort te informeren over bepaalde mogelijkheden of behoort te waarschuwen voor bepaalde risico’s. Wat van Numblees als een redelijk handelend en redelijk bekwaam accountant mocht worden verwacht, is afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval.
4.2.
De opdracht van [eiser] aan Numblees blijkt uit de e-mail van 26 januari 2021. Daarin staat dat Numblees onder meer advieswerk voor [eiser] zal verrichten. Advisering over de TVL-subsidie valt daaronder. Zo’n advisering kan inhouden dat Numblees (op verzoek of uit eigen beweging) [eiser] adviseert over een aanvraag van TVL-subsidie en bijvoorbeeld over welke voorwaarden voor de subsidie gelden. Echter, anders dan [eiser] betoogt, betekent zo’n advisering niet dat Numblees [eiser] moet vertellen dat zij facturen moet antedateren. Toen [eiser] dus op 8 oktober 2021 aan Numblees facturen mailde met een factuurdatum in oktober 2021, heeft Numblees de zorg van een goed opdrachtnemer in acht genomen, door die facturen in oktober te boeken. Als zij dat anders had gedaan, had zij [eiser] aangespoord fraude te plegen, wat niet van haar gevergd kan worden.
4.3.
Voor zover de stelling van [eiser] is dat Numblees haar (beter) had moeten adviseren over hoe zij facturen, in het kader van de TVL-subsidie, moest dateren of wanneer zij facturen had moeten opstellen geldt het volgende. Facturen worden, zo begrijpt de kantonrechter, door [eiser] zelf opgesteld, enige tijd nadat de diensten door [eiser] voor haar klanten zijn verricht. Voor werkzaamheden/diensten in september betekent dit dat sommige van die werkzaamheden/diensten begin oktober aan de klanten van [eiser] zijn gefactureerd. RVO gaat vervolgens, bij de berekening van het omzetverlies, uit van de door [eiser] ingediende aangifte omzetbelasting. En met betrekking tot de aangifte omzetbelasting is het van belang dat [eiser] het factuurstelsel hanteert (de datum van de factuur bepaalt over welk tijdvak [eiser] haar omzet moet aangeven). RVO en CBb hebben [eiser] hier in het bestuursrechtelijke traject (bezwaar/beroep/herziening) op gewezen. Deze gang van zaken heeft er uiteindelijk toe geleid dat [eiser] TVL-subsidie heeft moeten terugbetalen en geen nabetaling van subsidie heeft gekregen. Dat is dus het gevolg van de wijze waarop de subsidieregeling is vorm gegeven en niet het gevolg van onjuiste of ontbrekende advisering door Numblees. Het systeem van factureren dat [eiser] hanteerde, ook voordat Numblees de werkzaamheden van Counta overnam, is niet veranderd (dat stelt [eiser] ook niet). Van Numblees kan niet gevergd worden dat zij [eiser] erop wijst dat ze haar systeem van factureren moet aanpassen, enkel om subsidie te verkrijgen. Nog daargelaten dat de consequenties van de subsidieregeling pas in 2022, 2023 en 2024 duidelijk werden. Van die jaren dateren namelijk de eerste uitspraken van het CBb over deze kwestie.
4.4.
Nu geen sprake is van een tekortkoming, omdat Numblees bij haar werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht heeft genomen, worden de vorderingen van [eiser] afgewezen.
4.5.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Numblees worden begroot op:
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
totaal
1.008,00
4.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.008,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op
13 maart 2026.