ECLI:NL:RBGEL:2026:2336
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag vennootschapsbelasting wegens onredelijke schatting en matiging verzuimboete
Belanghebbende, een B.V. in liquidatie, had voor het jaar 2020 geen aangifte vennootschapsbelasting (Vpb) gedaan, ondanks herhaalde uitnodigingen en aanmaningen. De inspecteur stelde daarom ambtshalve een aanslag vast van € 17.500, met een verzuimboete van € 5.514 en belastingrente van € 280. Het bezwaar werd ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het beroep gegrond werd verklaard en de zaak inhoudelijk werd behandeld.
De rechtbank oordeelde dat de aanslag te hoog was vastgesteld omdat de inspecteur uitging van een algemene schatting op basis van sectorcijfers en eerdere aanslagen, zonder concrete aanknopingspunten zoals bankafschriften en de lening tussen belanghebbende en haar bestuurder. De lening werd met een zakelijke rente van 5% opgerent, wat leidde tot een lagere belastbare winst van € 8.795. De belastingrente werd dienovereenkomstig verminderd.
De verzuimboete werd terecht opgelegd omdat belanghebbende geen aangifte had gedaan en geen feiten had aangevoerd die afwezigheid van alle schuld aannemelijk maakten. Wel werd de boete ambtshalve met 15% verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn van meer dan twee jaar tussen oplegging en uitspraak.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, stelde de aanslag en boete lager vast en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats komt van de uitspraak op bezwaar. Het griffierecht werd niet vergoed omdat belanghebbende de rekening van € 371 niet had voldaan.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting 2020 wordt verminderd tot een belastbare winst van € 8.795, de belastingrente en verzuimboete worden overeenkomstig verlaagd.