Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser] , uit [plaats] , eiser
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
de Staat der Nederlanden(de minister van Justitie en Veiligheid).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Eiser verzocht het UWV om terug te komen op de weigering van een Wajong-uitkering, waarbij hij stelde dat nieuwe medische feiten, met name clusterhoofdpijn, een andere ziekteoorzaak vormden dan de eerder beoordeelde ADHD. Het UWV handhaafde het besluit van 2013, stellende dat geen nieuwe feiten of toename van beperkingen waren vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek van het UWV onzorgvuldig was, omdat het niet had beoordeeld of de hoofdpijnklachten en de daaruit voortvloeiende beperkingen tijdens of kort na de studie en in de vijf jaar daarna waren toegenomen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de Awb, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat de aanvullende beoordeling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dezelfde uitkomst gaf. Tevens werd ambtshalve de overschrijding van de redelijke termijn vastgesteld, waarna de rechtbank een schadevergoeding van €500 toekende aan eiser. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De rechtbank benadrukte dat de beoordeling van de aanvraag moet plaatsvinden binnen het wettelijke kader van de Wajong 2010, dat gold bij de oorspronkelijke aanvraag, en dat de Amber-beoordeling correct had moeten worden toegepast. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de inhoudelijke weigering van de uitkering bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de Wajong-uitkering wordt vernietigd wegens onzorgvuldig onderzoek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en eiser krijgt een schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.