ECLI:NL:CRVB:2022:724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- H.J. de Mooij
- D. HardonkPrins
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit herziening pgb en vergoeding overschrijding redelijke termijn
Appellant ontving een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) voor begeleiding en dagbesteding. Het college herzag het besluit omdat het pgb ten onrechte werd besteed aan niet-professionele hulpverleners, namelijk de ouders van appellant, terwijl het bedoeld was voor professionele hulpverleners en aanbieders.
Appellant voerde in hoger beroep aan geen onjuiste gegevens te hebben verstrekt en dat het college de leveringsvorm niet had mogen wijzigen. De Raad oordeelde dat appellant bewust koos voor betaling aan zijn ouders en dit niet onverwijld meldde, waardoor onvolledige gegevens werden verstrekt. De wijziging naar ondersteuning in natura was gerechtvaardigd en het college had rekening gehouden met de belangen van appellant.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep faalt en bevestigt de eerdere uitspraak. Daarnaast stelde de Raad vast dat de redelijke termijn met circa zes maanden was overschreden, geheel toe te rekenen aan de bestuurlijke fase, en veroordeelde het college tot een vergoeding van €500 aan appellant wegens immateriële schade.
Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 maart 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college veroordeeld tot betaling van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.