Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
tussenuitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de ontvanger van de Belastingdienst, kantoor Arnhem Doetinchem, verweerder.
Procesverloop
.Namens verweerder zijn [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] verschenen. Gemachtigde van eiseres heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en overgelegd, die tot de stukken behoort. Aan het eind van de zitting is het onderzoek gesloten. Op verzoek van partijen heeft de rechtbank toegezegd nog geen uitspraak te zullen doen, maar te wachten op het overleg tussen partijen over een compromis.
Overwegingen
Uit onderzoek is duidelijk geworden dat met de werknemers geen brutoloonafspraak is gemaakt zoals in de arbeidsovereenkomst is opgenomen. Uit interne stukken blijkt dat met de werknemers een nettoloonafspraak is gemaakt. Bij de berekening van het loon is men uitgegaan van het minimumloon en het bedrag dat hiervan overbleef na inhouding van loonheffingen werd aangevuld met reiskostenvergoeding en/of accomodatievergoeding om op het afgesproken nettoloon uit te komen”.De reiskosten- en accommodatie-vergoeding zijn volgens het rapport ten onrechte onbelast uitbetaald, onder meer omdat zij niet op de juiste wijze zijn gedeclareerd. Ook dit zijn hoge bedragen.
€ 846.619. De aanslagnummers [aanslagnummer 1] en [aanslagnummer 2] hebben betrekking op het tijdvak 2009 (naheffing en boete apart) en de aanslag met nummer [aanslagnummer 3] heeft betrekking op het tijdvak 2010 tot en met 2014 (naheffing en boetes tezamen). De aanslagen zijn onbetaald gebleven. De boetes zijn deels gebaseerd op grove schuld (25% voor tabeltoepassing en afdrachtvermindering) en deels op (voorwaardelijk) opzet (50% voor de overige correcties).
“Mede gelet op de controles die de belastingdienst in het verleden regelmatig heeft verricht, kon en mocht zij erop vertrouwen dat de wijze van verloning zoals die geschiedde toen zij als bestuurder aantrad, correct was. Zij heeft die lijn doorgezet.”Ook is benadrukt dat eiseres geen enkele fiscale kennis had en de verloning daarom is uitbesteed aan een externe accountant waarop ze heeft vertrouwd. Verder verwijst [naam 6] naar bijlage twee, het overzicht van [bedrijfsnaam 1] bestanden, waaruit volgens hem blijkt dat op 8 januari 2015 een melding betalingsonmacht is gedaan. Ook als deze betalingsonmacht niet tijdig zou zijn gedaan, kan eiseres geen persoonlijk verwijt worden gemaakt, aldus [naam 6] . Subsidiair heeft [naam 6] aangevoerd dat opzet of grove schuld nadrukkelijk wordt bestreden en dat een ieder in beginsel alleen aansprakelijk is te houden voor zijn eigen daden en nalatigheden. Ook voert [naam 6] aan dat de kennis van een extern deskundige alleen aan de belastingschuldige kan worden toegerekend, en niet aan de aansprakelijk gestelde bestuurder. Verder gaat hij in op de aangebrachte correcties in de loonheffing en voert aan dat nergens uit de controlerapporten blijkt dat eiseres ook maar op enigerlei wijze persoonlijk enig verwijt kan worden gemaakt. [naam 6] verwijst ook naar een arrest van de Hoge Raad van 8 augustus 2014 [1] .
Beslissing
- heropent het onderzoek ter zitting;
- draagt verweerder op om binnen vier weken na dagtekening van deze tussenuitspraak de ontbrekende stukken over te leggen betreffende de nettoloonafspraak;
- stelt eiseres in de gelegenheid om daarop binnen vier weken na ontvangst te reageren en haar stellingen aan te vullen en te onderbouwen;
- bepaalt dat vervolgens een tweede zitting zal worden gepland;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
mr. R. van der Struijk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Kranenburg, griffier.