Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[naam eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder.
Procesverloop
- voor het jaar 2015 een beschikking (aanslagnummer [aanslagnummer 1] ), waarbij het te verrekenen ondernemingsverlies is vastgesteld op € 49.887;
- voor het jaar 2016 een beschikking (aanslagnummer [aanslagnummer 2] ), waarbij het te verrekenen ondernemingsverlies is vastgesteld op € 9.996.
- voor het jaar 2015 een navorderingsaanslag (aanslagnummer [aanslagnummer 3] ), berekend op basis van een bijdrage-inkomen van € 20.584. Tevens is bij beschikking € 105 aan belastingrente in rekening gebracht.
- voor het jaar 2016 een navorderingsaanslag (aanslagnummer [aanslagnummer 4] ), berekend op basis van een bijdrage-inkomen van € 39.891. Tevens is bij beschikking € 143 aan belastingrente in rekening gebracht.
Overwegingen
- de toekomstige uitgaven moeten hun oorsprong vinden in feiten en omstandigheden die zich in de periode voorafgaande aan de balansdatum hebben voorgedaan (het oorsprongvereiste);
- de toekomstige uitgaven kunnen ook aan die periode worden toegerekend (het matchingsbeginsel);
- er moet een redelijke mate van zekerheid bestaan dat de toekomstige uitgaven zich zullen voordoen (het zekerheidsvereiste).